Bob Dylan  Nobel Prize Winner 2016 for Literature. Go to my Bob Dylan song analysis page to find out that Bob fully deserved to win this prestigious prize.

Bezoekers vandaag: 234Bezoekers totaal: 367689
Welcome to the website of Kees de Graaf
Kees de Graaf keesdegraaf.com
 
IMG_20130901_0001.jpg

Het unieke van het christelijk geloof.


In gesprekken met niet christenen over geloof en geloven ga ik altijd van start met de stelling dat het christelijk geloof uniek is. Het christelijk geloof heeft iets dat in geen enkele andere godsdienst te vinden is. Het unieke van het christelijk geloof bestaat hierin dat je er niets voor hoeft te doen. Je kunt in geestelijk opzicht helemaal voor niets harstikke rijk worden. Wie wil dat niet? Je hoeft er niets voor te doen om alle schatten en gaven van het Koninkrijk van God te ontvangen. Eigenlijk is dit nog te zwak geformuleerd. Het is zelfs zo dat je volgens het basisprincipe van het christelijk geloof geen tegenprestatie mag leveren. Daar komt nog bij dat als je wèl iets wil doen van jouw kant als gelovige, als je toch een soort van tegenprestatie wilt leveren, dat je er dan meteen buiten staat. Je ontvangt dan niets. Je begaat dan een doodszonde tegen het kernprincipe van het christelijk geloof, nl. dat het voor nietsis, dat het geheel gratis is. Het is bovendien ook nog een keer zo dat je niets kunt bijdragen van jouw kant. Je hoeft het niet en je mag het niet en je kunt het niet.
Ik durf te stellen dat dit in alle andere religies een heel ander verhaal is. Al die religies – of het nu om primitieve natuur religies gaat of om de grote wereld godsdiensten - zijn vervuld met een typisch menselijke en daarom ook tegelijk oer heidense gedachte: doe iets voor (een) god of godheid en je ontvangt er iets voor terug. Om de goden mild te stemmen brengt men in de natuurgodsdiensten een offer. Dat offer kan van alles zijn, van voedsel tot zelfs mensen of kinderoffers. In ruil daarvoor krijgt men van de goden voorspoed, in de vorm van bijv. goede oogsten, ook kunnen op die manier boze geesten worden verdreven. Jij als mens houdt bij al die rituelen het heft zelf stevig in handen. Als jij maar de dingen blijft doen die de godheid van je vraagt blijf jij in feite zelf baas over die godheid. Ten diepste blijf je dan zelf god.
Als je nu naar de grote wereld godsdiensten kijkt dan zie je ook daar dit principe op verschillende manieren terug komen. De boeddhist keert in zichzelf en kan door het volgen van een achtstappen pad, de zalige verlichting, het nirwana bereiken. De Hindoe staat voor de redding of Zelfrealisatie van de persoonlijke ziel, het individu moet daarbij zijn zintuigen onder controle brengen en leren dat redding niet voor niets wordt gegeven. De moslim probeert, door zich plichtsgetrouw aan de z.g. vijf zuilen van de islam te houden de gunst van God te verwerven, waardoor hij bij het laatste oordeel naar het paradijs mag. Soera 56:1-57 zegt o.a. over dat paradijs: ‘Ze zijn in de tuinen van verrukking…. Op prachtig bewerkte rustbedden, tegenover elkaar liggend, terwijl eeuwig jong blijvende knapen hen bedienen met kopjes, kannen en kommen gevuld met brondrank, waarvan ze geen hoofdpijn krijgen of dronken worden, en met fruit waarvan ze het beste kunnen uitzoeken en met vlees van vogels, wat ze maar lusten, en paradijsmeisjes met mooie ogen, als ingelegde parels…’. En,  Soera 56:25 zegt dan dat deze gunsten gegeven worden  ‘Als beloning voor wat zij trachten te doen’.  
Toen ik over dit onderwerp met mijn niet christelijke overbuurman in gesprek raakte, was hij van mijn argumenten bepaald niet onder de indruk. Hij zei dit: “Jouw stelling dat je volgens het basis principe van het christelijk geloof niets hoeft te doen, klopt niet. Jij moet je toch ook aan de tien geboden houden en bovendien, als ik christen zou zijn en lid van jullie kerk, zou jullie kerk het dan accepteren dat ik niets zou doen en dus ook niet naar de kerk zou gaan?”. Daar komt nog bij, zo vervolgde hij: ‘ Dat jouw stelling dat je volgens het basis principe van het christelijk geloof ‘niets’ hoeft te doen niet zo uniek is als jij denkt. Deze gedachte komt ook in andere religies voor”. Vervolgens kwam mijn buurman – die zelf Aziatisch bloed in de aderen heeft - met het tijdschrift ‘Filosofie’ naar me toe en toonde mij een artikel over Lao Zi[1] (5e eeuw v. Chr.). Lao Zi is de grondlegger van het taoïsme. Het kernconcept van de taoïstische filosofie is: 'Wu Wei’ wat letterlijk betekent ‘’niet doen”. Ik citeer uit dit artikel over het taoïsme het volgende: Wie koste wat het kost zijn doel wil bereiken, raakt snel gefrustreerd. Zo iemand heeft een tunnelvisie: hij houdt geen rekening met zijn omgeving en is zelfs soms bereid over lijken te gaan. Op die manier bereikt hij misschien wel zijn doel, maar richt hij om zich heen enorm veel schade aan. Lao Zi heeft felle kritiek op deze instrumentalistische manier van denken. Volgens hem kan de mens zich beter oefenen in het ‘niet doen’. Deze term betekent niet dat de mens letterlijk niets meer heeft te doen, maar wel dat hij handelt zonder vooropgezet plan. Hij probeert niet alles naar zijn hand te zetten, maar staat open voor elke situatie waarin hij zich bevindt en houdt rekening met iedereen om zich heen. Zo bereikt hij zijn doel en passant en op een ontspannen manier, zonder iemand schade te berokkenen. Hoe kun je het bereiken? Door je erin te oefenen vastomlijnde doelen los te laten’.
Dit taoïstisch kernconcept klinkt aanlokkelijk maar toch heeft het niets te maken met het christelijke basis principe van het ‘niets’ hoeven te doen. Want ook in deze taoïstische filosofie blijft de mens zelf weer aan de touwtjes trekken en kan hij door oefening het hele proces beheersen en controleren. Uiteindelijk is deze methode niets meer dan een handige, zo je wilt verstandige, manier om je eigen doelstellingen en ambities te realiseren. Toegegeven moet worden dat handelen zonder bijbedoelingen, zonder vooropgezet eigenbelang, bij alles wat je doet rekening houden met het belang van je naaste, wel degelijk een zeer belangrijk onderdeel vormt van het christelijk leven. Maar dat zijn volgens het christelijk geloof eigenschappen die we niet van naturen uit onszelf hebben, maar die God door Zijn Geest aan je geeft en die zaken vormen in het christelijk geloof een onderdeel van het grote geschenk dat je voor ‘niets’ van God ontvangen hebt.
Maar als mijn buurman het nu heeft over het je moeten houden aan de tien geboden, het naar de kerk moeten gaan, en zoveel andere dingen die christenen ‘moeten’, dan lijkt mijn buurman zeker een punt te hebben. Daar komt nog iets bij. Het mag dan zo zijn dat volgens de leer, de Bijbel, Gods liefde een geschenk is dat de mens uit genade voor ‘niets’ ontvangt ( al moeten we er wel bijzeggen dat er een hoge prijs voor ‘betaald’ is, maar dan niet de mens heeft ervoor betaald maar Gods eigen Zoon, Jezus Christus), in de praktijk van het christelijk geloof speelt de tegenprestatie van de mens nog een heel grote rol. De christen kan het haast niet laten om het dan toch weer zelf gaan doen. Dan denken we aan de rooms katholieke leer van de goede werken. Goede werken dragen daar bij aan je behoud. Door je goede werken bouw je boven bij God a.h.w. krediet op. Maar laten we maar bescheiden blijven, want die drang om een tegenprestatie te leveren zit ook bij ons protestanten, gereformeerden, diep in de genen. En als je denkt dat je een tegenprestatie ‘moet’ leveren dan  ‘moet’ jij ineens weer van alles, want anders…..En de tien geboden kunnen in jouw leven dan zo maar gaan functioneren als een soort van prestatie of reparatie set waarbij jij zelf het heft in handen houdt, zonder echt zelf van binnenuit, van harte, te veranderen.
Maar, zo zal je je afvragen, maakt de stelling dat het voor ‘niets’ is de christen niet passief, kan hij of zij niet rustig achterover leunen omdat het toch allemaal voor hem gedaan wordt? Ook daar heb ik met mijn buurman een discussie over gehad. Mijn buurman is een vooraanstaand hockey coach die veel kennis en ervaring heeft met het toepassen van training en motivatie technieken in het hockey. Mijn buurman weet daardoor als geen ander dat als zijn training en/of tactische instructies door zijn team alleen maar uitgevoerd worden omdat het van de coach ‘moet’, dat dit niet gaat werken. Alleen als het hockey team een ideaal heeft, bijv. het kampioenschap, een ideaal dat weliswaar in de toekomst ligt maar waarvan het team de rotsvaste overtuiging heeft dat het haalbaar is, dan gaat daar een geweldige innerlijke motivatie en drive vanuit om er alles voor over te hebben om dat doel nu ook te bereiken.  En als de neuzen dan allemaal dezelfde kant op staan, dan is geen inspanning of training voor het team te zwaar om het doel, het ideaal, te bereiken. Als het team gelooft in de realisatie van het ideaal, dan is de training niet langer een ‘moeten’ en wordt het voor de coach een stuk gemakkelijker.
Zo is het nu ook in het christelijk geloof. Het grote geschenk dat je van God voor niets krijgt, is Hijzelf en Hijzelf is niets anders dan liefde. En dat geschenk van de liefde van God komt zo overweldigend binnen in het hart van de gelovige, dat het hem transformeert. De liefde van God gaat reflecteren in het hart van de gelovige. Het gevolg is dat de gelovige nu in beweging gaat komen en nu niets liever wil dan zich houden aan Gods geboden, nu niet meer omdat het ‘moet’ maar omdat hij het wil. Hij komt tot het inzicht dat Gods geboden goed zijn en hij wil er van harte uit leven.

 
 



 

 


[1] Filosofie Nr 7-8 augustus2013 Pagina 39.

 Terug
Geplaatst: 01-09-2013 19:38:43

Reacties

Hallo Kees,
Het is nog erger.
De verlossingsleer is uniek omdat de mens onmachtig is om iets bij te dragen.
Dit wordt als ergerlijk en onmenselijk ervaren.
Bovendien is de verlossing van de mens een goddelijk initiatief.
Als je hier mee aan komt heb je wel wat uit te leggen.
De verzoenende plaatsvervanging is een aanval op de menselijke waardigheid. Hoe verkoop je dat?
Groeten,
Maarten

p.s. over Christus als enige verlosser heb ik een boek van AG Honing jr , Meru en Golgotha.
Ik was ermee bij je langs geweest maar je was niet thuis.

maarten22-09-2013 21:04

Reactieformulier