Bob Dylan  Nobel Prize Winner 2016 for Literature. Go to my Bob Dylan song analysis page to find out that Bob fully deserved to win this prestigious prize.

Bezoekers vandaag: 47Bezoekers totaal: 343748
Welcome to the website of Kees de Graaf
Kees de Graaf keesdegraaf.com
 
IMG_20131024_0004.jpg

Vier kritische vragen van mijn buurman over de fundamenten van het christelijk geloof.


Met mijn zeer gewaardeerde - niet christelijke - buurman ben ik in discussie over de fundamenten van het christelijk geloof. Mijn buurman is zeer analytisch ingesteld en laat zich niet met een kluitje in het riet sturen. Terecht. Ook als het gaat om het christelijk geloof, wil hij een duidelijk en logisch verhaal horen. Nu heeft buurman inmiddels gereageerd op mijn weblogartikel: 'Het unieke van het christelijk geloof'. In dat artikel had ik o.a. gesteld dat het grote geschenk van het christelijke geloof gratis, voor niets aan de gelovigen geschonken wordt en dat de gelovige die dit geschenk van God aanneemt, hiervoor geen tegenprestatie moet, mag, of kan leveren. Ten opzichte van alle andere religies of wereldgodsdiensten is het christelijk geloof op dit punt bepaald uniek. Nu heeft mijn buurman als reactie de volgende vragen aan mij voorgelegd die hier op neerkomen:
1. “Jij stelt dat ik als mens geen tegenprestatie kan en mag leveren en dus aan mijn behoud niets kan bijdragen maar jij stelt ook dat ik dat geschenk dan wel moet aannemen anders word ik, als ik dat geschenk weiger aan te nemen, daarvoor verantwoordelijk gesteld en gestraft. Is een geschenk wel een geschenk als je het verplicht moet aannemen?”.
2. “Als ik dit geschenk van God nu wel aanneem dan is dat aannemen van dat geschenk toch een verdienste en prestatie van mijzelf waardoor ik mijzelf toch onderscheid van alle andere mensen die dit geschenk niet willen aannemen? Is God op die manier voor de realisatie van zijn plannen uiteindelijk niet afhankelijk van mijn beslissing om dit geschenk al dan niet aan te nemen?”.
3. “ Jouw predikant Ds Bas Luiten heeft gereageerd op jouw artikel en heeft gesteld dat jouw stelling dat we niets hoeven te doen eenzijdig en ongeloofwaardig is. Hoe zit dat”?
4. “Waarom word ik verantwoordelijk gehouden voor de weigering om dit geschenk aan te nemen als de inhoud van geschenk mij niets zegt? Jij hebt veel met Jezus, dat is fijn voor jou, maar mij zegt het allemaal niets, voor mij is Jezus hooguit een historisch figuur waar christenen kennelijk wat mee hebben”. Puntsgewijs ga ik nader op deze vragen in.

1.   God heeft de mens goed en als een verantwoordelijk wezen geschapen. De mens heeft zich moedwillig en welbewust tegen God gekeerd en is daarmee in zonde gevallen. Toen de eerste mens in zonde viel en misbruik maakte van zijn verantwoordelijkheid, heeft hij daarmee de hele mensheid in het verderf gestort (Romeinen 5:12) en is er tussen God en mens – vanuit de mens gezien – een onoverbrugbare kloof ontstaan. Echter, ook na de zondeval is de verantwoordelijkheid  van de mens- en dus ook van de mensheid - blijven bestaan. De gevallen mens Adam wordt ter verantwoording geroepen: ‘Adam waar ben je?’ (Genesis 3:9). Gods ‘toorn’ – die niets anders is dan Zijn gekrenkte liefde – rust sindsdien op de mensheid (Romeinen 1:18.). God echter, heeft Zijn schepping niet opgegeven, maar heeft Zelf een unieke weg van verlossing gecreëerd door Zijn Zoon Jezus Christus te schenken als verzoenmiddel en als plaatsvervanger voor de gevallen mensheid. (2 Corinthiërs 5:19-21). Christenen lezen dit in de Bijbel. Maar ook al ben je geen christen en lees je nooit in de Bijbel, toch maakt God zich ook buiten de Bijbel aan jou kenbaar. Dat gebeurt als je met een onbevangen blik naar de schitterende pracht van de schepping kijkt. Want zegt Romeinen 1: 19: ‘want wat een mens over God kan weten is hun (de mensen) bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in Zijn werken, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembar. Er is niets waardoor ze te verontschuldigen zijn’. Handelingen 17:27 zegt dat ‘Het was Gods bedoeling dat ze Hem zouden zoeken en Hem (God) al tastend zouden kunnen vinden, aangezien Hij van niemand van ons ver weg is’. God is in de schepping zo dichtbij dat de mens dus nooit onder zijn verantwoordelijkheid uitkomt. De kracht en de schoonheid en de glans van de schepping daagt de mens a.h.w. uit om op zoek te gaan naar deze machtige Schepper en nader met Hem kennis te maken.
 Je kunt Hem nader leren kennen in de Bijbel. In de Bijbel vind je Zijn ultieme liefdesaanbod in Jezus Christus.  Nu kan de mens dit geschenk aannemen of weigeren. De stelling van mijn buurman dat hij er voor verantwoordelijk wordt gesteld en gestraft als hij dat geschenk niet aanneemt is in feite een verkeerde voorstelling van zaken en daarom onjuist.
Vergelijk de toestand waarin de mensheid verkeert nu eens met een schipbreuk. Het schip is –door eigen schuld overigens - vergaan en we zwemmen met zijn allen in de woeste oceaan. Als er geen reddingsboot komt zijn we reddeloos verloren en verdrinken we allemaal. Maar gelukkig, er komt een reddingsboot langszij. Er wordt vanuit de reddingsboot een hand naar je uitgestoken die je omhoog wil trekken uit de woeste zee, een hand die je wil redden. Maar je weigert die hand vast te pakken en gered te worden. Het gevolg is dat je omkomt en verdrinkt. Dat is dan toch gewoon je eigen schuld! Je bent voor je eigen ondergang verantwoordelijk. God hoeft in feite al helemaal geen veroordeling meer over je uit te spreken want het oordeel van God bestaat hierin dat je in de toestand waarin je verkeert gelaten wordt (zie Johannes 3:36). Je was drenkeling en je koos ervoor om drenkeling blijven. God dwingt je niet om tegen je wil aan boord te komen en gered te worden. Het grote probleem van de mensheid is dat de mensheid zich geen drenkeling voelt en dus zegt, wat mijn buurman impliciet ook zegt: ‘Ik heb helemaal geen redding nodig, ik zie niet in dat ik verdrink, het gaat goed met me’.

2.  Als we dit beeld van die schipbreuk nu even vasthouden dan is de tweede vraag voor een deel al beantwoord. Wie zal, als hij al uren in het ijskoude water heeft gelegen en op het nippertje gered is door een reddingsboot, er na zijn redding prat op gaan dat hij het gepresteerd heeft om zijn hand uit te steken om gered te kunnen worden? Dat is toch absurd! Vooral als je bedenkt dat de werkelijke situatie zo is dat de mannen van de reddingsbrigade de woeste zee getrotseerd hebben en hun eigen leven op het spel hebben gezet om jou te redden, dan ben je toch alleen maar intens dankbaar dat die mannen dat voor jou over hebben gehad! Hoe vanzelfsprekend dit antwoord ook lijkt, toch zijn we nog niet klaar met deze vraag en willen we ons er niet gemakkelijk van afmaken. Vanuit de Bijbel gaan we er wat dieper op in. Dat maakt het er niet gemakkelijker op, maar toch moeten we ook het volgende zeggen: De Bijbel maakt het duidelijk dat we van naturen helemaal niet gered willen worden. Romeinen 5:10 zegt dat we met God verzoend zijn toen we nog ‘vijanden’ van Hem waren. (Zie ook Romeinen 8:7). Als je dan toch gered wordt dan is dat volgens de Bijbel enkel en alleen genade. Efeziërs 2: 8-9 zegt: ‘Door zijn genade bent U immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan’. Het woord ‘geloof’ in deze tekst zou je in zekere zin kunnen vergelijken met de ‘hand’ die je uitstrekt om als drenkeling gered te worden. Het geloof is het middel om gered te worden. Ook dat geloof, die hand die je uitstrekt, krijg je uit genade! Dit wordt bevestigd door o.a. Filippenzen 2: 12,13 waar staat: ‘Blijf u inspannen voor uw redding en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweeg brengt, omdat het Hem behaagt’. In deze laatste tekst blijven beide elementen overeind staan. Je bent en blijft verantwoordelijk, je hebt nog steeds een keuze (blijf je dus inspannen!) maar je kunt dit op een -ontspannen- manier blijven doen omdat het God Zelf is die het hele veranderings en vernieuwingsproces – ook de kracht om de reddingsboei te kunnen aannemen - in jouzelf tot stand brengt.
Nu heeft mijn buurman mij gewezen op een inconsequentie, een soort van paradox, in het christelijk denken op dit punt, iets wat volgens hem niet logisch is. Het is volgens mijn buurman óf óf. Dat betekent dat het óf 100% genade van God is, maar dan ben ik als mens niet verantwoordelijk voor het vanuit mijzelf niet kunnen aannemen van de redding en kan ik er dus niets aan doen dat ik wordt veroordeeld, óf God is afhankelijk van mijn welwillendheid om Zijn aanbod te accepteren, maar dan is God geen God meer omdat Hij dan afhankelijk is van mijn beslissing. God heeft de mens dan nodig om Zijn eigen plannen te kunnen realiseren. Nu kan je gerust stellen dat God de mens ook nodig heeft. Maar niet omdat Hij dat zou moeten, maar enkel en alleen omdat Hij dat wil. Hij wil Zijn geweldig grote liefde aan de mens schenken, daar heeft Hij Zich geheel vrijwillig toe verplicht.
Die hele ‘óf óf’ redenering klopt m.i. dan ook niet. De christelijke –en m.i. ook Bijbelse- leer spreekt echter over én én. De Bijbel spreekt over twee dingen die in het bekeringsproces van de mens tegelijkertijd waar zijn. Enerzijds is de mens voor zijn redding, voor zijn bekering en wedergeboorte, voor de volle honderd procent van Gods genade afhankelijk, én  anderzijds blijft de mens tegelijkertijd  in dat hele proces volledig verantwoordelijk voor het maken van zijn eigen keuzes. Dat die twee zaken – keerzijden van dezelfde medaille - tegelijkertijd waar zijn en een onlosmakelijk onderdeel vormen van een zelfde proces, kunnen wij als mensen, met ons beperkt verstand, niet begrijpen en doorzien. Dit hele proces is dan ook zoals onze belijdenis zegt een ‘volstrekt bovennatuurlijke, zeer krachtige en tegelijk zeer liefdevolle, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking[1]’.
Ik weet dat mijn buurman vanuit zijn analytische denkwijze deze verklaring als een zwaktebod zal ervaren en hij heeft mij al verweten dat als christenen iets niet begrijpen ze naar God verwijzen. Daar staat tegenover dat het christelijk geloof nu eenmaal geen logisch systeem is, het is en blijft een geloof, een geloof dat vraagt om vertrouwen en om overgave. Wij kleine mensen, schepselen, missen de dimensie die de grote God, de Schepper, wel heeft om, dit ‘én én’ geheel te kunnen doorzien. Job 36:26 zegt niet voor niets: ’God is groot en wij begrijpen Hem niet’.  

3.       Ik had in mijn vorige weblogartikel 'Het unieke van het christelijk geloof' geschreven dat het unieke van het christelijk geloof o.a. hierin bestaat dat je als mens er niets voor hoeft te doen. Nu is Ds. Bas Luiten zo welwillend geweest om op mijn weblogartikel te reageren. Ds. Luiten schrijft: ‘Je benadrukt zo dat een mens NIETS hoeft te doen, dat het m.i. eenzijdig wordt. Daar word je dan weer ongeloofwaardig van, want iedereen zal zeggen dat hij wel iets moet doen, en dat is ook zo. Wedergeboorte en bekering gaan hand in hand. Misschien helpt het je als je benadrukt dat het om nieuw LEVEN gaat. Leven kun je alleen krijgen, welke zorg je er ook aan moet besteden. Op die manier kun je krijgen en zorgen laten samen gaan, wedergeboorte en bekering, genade en inspanning, enz’. Mijn buurman signaleert hier een meningsverschil met Ds. Luiten. Dat is echter niet het geval, integendeel, ik ben het van harte eens met wat Ds. Luiten schrijft. Ik heb in mijn artikel slechts willen benadrukken dat je niets moet, hoeft, kunt, of mag doen als tegenprestatie voor het geschenk van het leven dat God je geeft. Je kunt met God geen handeltje drijven, dat is een puur heidense gedachte, die diep in de menselijke genen zit. Ds. Luiten heeft gelijk wanneer hij dit nuanceert en stelt dat het hier om NIEUW leven gaat, dat je van God krijgt en waaraan je ook zorg moet besteden. Wanneer God met NIEUW leven in het hart van de mens binnenkomt, dan gaat er in dat leven van die mens heel wat gebeuren en veranderen. Zie hiervoor het artikel over Billy Graham dat rechts boven staat afgedrukt. Maar die verandering ligt dat niet meer in de sfeer van het moeten maar van het willen veranderen. Daar zorgt God Zelf voor (Efeziërs 2:10). Maar hoewel God dit Zelf doet, schakelt Hij de mens in dat proces wel degelijk in en blijft de mens ook hier zijn verantwoordelijkheid houden. Onze belijdenis zegt hierover: ‘En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade, die hij ontvangen heeft[2] .

4.  Tenslotte nog iets over de laatste vraag van mijn buurman: “Waarom word ik verantwoordelijk gehouden voor de weigering om dit geschenk aan te nemen als de inhoud van geschenk mij niets zegt?”. Mijn buurman vraagt ook: “ waarom is dat geloof allemaal zo ongrijpbaar? Ik bedoel, als dat geschenk van God dan zo geweldig groot is, en Hij mij wil redden, waarom gebruikt God – die volgens jullie christenen immers Almachtig is - dan geen andere en betere middelen om de grootte van dit geschenk zodanig onder mijn aandacht te brengen dat ik er niet onderuit kan?”.
Mijn antwoord is dat God zich op een andere manier bekend kan maken, als Hij dat ook zou willen. Als Hij dat zou willen kan Hij zo maar een blinkende engel in stralend licht voor de neus van mijn buurman zetten die aan mijn buurman duidelijk maakt dat het evangelie de waarheid is. Ik verzeker je dat mijn buurman door deze verschijning zo overdonderd zal zijn dat hij geen kant meer op zal kunnen, en geen andere mogelijkheid meer zal hebben dan de waarheid van het evangelie te erkennen. Maar zou het ook helpen? In de Bijbel lezen we iets wat hier op lijkt. De rijke man van Lucas 16[3] is in de hel terecht gekomen. Hij wordt daar gekweld en nu wil hij dat iemand -in dit geval Lazarus – uit de hemel afdaalt naar de aarde om te verschijnen aan zijn vijf broers die nog op aarde zijn om die broers te waarschuwen. De rijke man zegt: “want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen[4]”. Het antwoord aan de rijke man is dat dit niet gaat helpen want als de broers niet naar het evangelie willen luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat[5]. God is bij machte om Zijn glans, macht en majesteit onmiddellijk aan ieder mens op deze aarde met het oog zichtbaar te maken. Hij kan, als Hij dat zou willen, hier op aarde een PR campagne ten uitvoer brengen die zijn weerga in de geschiedenis niet kent. Hij kan, als Hij dat zou willen, voor ieder oog zichtbaar aan de hemel verschijnen zodat iedereen gedwongen zal zijn Hem te erkennen. Maar Hij doet dat niet. Althans nog niet. Als Jezus terugkomt, zal Hij dat wel doen. Openbaring 1:7 zegt dan ook: “Hij komt te midden van de wolken en dan zal iedereen Hem zien, ook degenen die Hem hebben doorstoken”. Maar nu houdt Hij zich in zekere zin nog verborgen. Waarom doet Hij dat? Het kan wel eens zo zijn dat God dat doet om dat Hij met zo veel mogelijk mensen een relatie van liefde en trouw wil aangaan. En het eerste wat in die relatie niet past is dwang. Als Hij in Zijn hemelse glans en heerlijkheid, voor het oog van iedereen zichtbaar zou verschijnen dan zou Hij in feite de mens dwingen Hem te accepteren, zonder dat die mens echt van Hem houdt. Het zou van de mens slaafse liefde zijn, zonder een toegewijd hart.Maar echte liefde kan in een relatie niet ontstaan en bestaan als die moet worden afgedwongen. Geloof is dan ook geen geloof als de mens daartoe gedwongen wordt. De tweede reden waarom God dat zo doet is dat echte liefde gevonden wil worden. Echte, duurzame, liefde wil gezocht en stap voor stap ontdekt worden. Hebreeën 11: 6 zegt dat iedereen die God oprecht zoekt door Hem (God) zal worden beloond. God wil zich dus heel graag laten vinden. Hij nodigt je uit om naar Hem op zoek te gaan. Als je dat serieus doet met een onbevangen hart, dan zal je Hem ook vinden. Gegarandeerd!! Zijn grootheid straalt je al in de schepping tegemoet. Kijk eerst naar de lucht en zie de zon en de maan en de sterren. De onmetelijke ruimte met zijn vele miljarden sterren. En kijk naar het wonder van de natuur en de pracht van het menselijke lichaam met zijn duizenden microscopische cellen, cellen die op zich al werelden zijn. Sla dan de Bijbel open en ontdek dat dat dezelfde God is die de wereld gemaakt heeft en die jou liefheeft. Alles heeft Hij voor jou over gehad. Zelfs zijn eigen Zoon. Meer kan Hij niet doen. Een groter geschenk is er niet. Reageer op dit artikel door naar beneden te scrollen en te klikken op ‘reacties’.

 

 1] DL Derde en Vierde Hoofdstuk Artikel 12
[2]  Slot van Artikel 12 DL Derde en Vierde Hoofdstuk.
[3] Lucas 16:19-31
[4] Lucas 16: 28
[5] Dit is m.i. de betekenis van Lucas 16:31

 Terug
Geplaatst: 24-10-2013 17:14:08
Share on Google+

Reacties

Een beperkte reactie over een kernpunt:
Je noemt Filippenzen 2:12,13 waar Paulus de gelovigen oproept: "Blijf u inspannen voor uw redding en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweeg brengt, omdat het Hem behaagt".
De zin bestaat uit twee delen: 1. een oproep ("Blijf ...") en 2. een feitelijkheid ("want ...").
Het lijkt me niet dat deze twee elementen naast elkaar staan als een paradox (beiden helemaal waar, maar hoe het samengaat is niet te rijmen voor ons mensen).
Volgens mij wordt simpel de oproep dringend gemaakt door het tweede deel van de zin dat begint met 'want ...'. Omdat God het willen en werken in ons bewerkt en dus mogelijk maakt, kunnen we ons inspannen voor onze redding! Hij geeft in ons alles wat we daarvoor nodig hebben. Zeg nu niet dat we het niet kunnen. Ja inderdaad: wijzelf moeten het doen. God stelt de kracht om te willen en te doen beschikbaar, maar wij moeten het doen. Het is net als geloof: God schenkt het geloof als een gave, maar wij moeten geloven = van die gave gebruik maken! Geloven is iets wat God niet voor ons doet.
Hopelijk helpt dit verder in het denken met de buurman.

Over de vraag of God en Jezus iets van ons vragen, helpen de woorden van Jezus in MatteĆ¼s 7:21,24,26 wellicht verder. Het lijkt me dat je buurman toch wat meer gelijk heeft dan wij in onze traditie vaak dachten en denken.

Hartelijke groet,
Ton

Ton de Ruiter14-11-2014 20:32

Wat een mooi stuk.

Ondanks dat de buurman kritische vragen stelt, zet het wel weer tot nadenken. Wat ons in ons geloof weer kan leren groeien.

Mooi antwoord gegeven op de vragen en in reactie op de predikant.
Afgelopen vrijdag hebben we nog jeugdvereniging gehad en daarin kwam de tekst van Efeziers 2 in z'n geheel uitgebreid te sprake.
We hebben daarin niets van onszelf, maar alles van Hem, door de Geest.

Ben Schermers06-11-2013 21:11

Dag,
Bijzonder om dit te lezen, ik moet het nog eens herlezen want ook al noem ik mij christen, ik heb in sommige dingen denk ik dezelfde vragen als uw buurman.....

Hartelijke groet,

Judith van kalkeren, van helden

Reactieformulier