Bob Dylan  Nobel Prize Winner 2016 for Literature. Go to my Bob Dylan song analysis page to find out that Bob fully deserved to win this prestigious prize.

Bezoekers vandaag: 47Bezoekers totaal: 343748
Welcome to the website of Kees de Graaf
Kees de Graaf keesdegraaf.com
 

Bestaat er in de kerk wel een verschil tussen 'Hoofddienst' en 'tweede dienst''?

images[2].jpg

Bestaat er in de kerk wel een verschil tussen de ‘Hoofddienst’ en ‘tweede’ dienst?

In een notitie van het Steunpunt Liturgie van de GKV geschreven door Anje de Heer met als titel: ‘Morgendienst & tweede dienst – elk een eigen karakter’ lezen we onder het kopje ‘Waar komen beide diensten vandaan’? het volgende: ‘Er loopt een rechte lijn tussen de kerkdienst op zondagmorgen en Pasen’. Dat roept bij ons een aantal vragen op. Als er een rechte lijn loopt van Pasen naar de eredienst op zondagmorgen dan wordt hiermee – wellicht onbedoeld - op zijn minst de suggestie gewekt dat de zondagse middagdienst niet dezelfde importantie en prioriteit heeft. Zo kan er gemakkelijk een tegenstelling ontstaan tussen de morgendienst en de middagdienst op zondag. De ‘hoofd’ dienst schijnt daarmee automatisch belangrijker te worden dan welke andere eredienst dan ook. Dat doet een beetje denken aan een soort van ‘hoogmis’. Die ‘hoofddienst’ mag je in ieder geval niet missen. De vraag is dan ook of het terecht is dat er een dergelijke scheiding tussen ‘hoofddiensten en ‘andere’ diensten gemaakt wordt?
Laten we beginnen met te stellen dat de inrichting van erediensten zoals wij die nu kennen een lange geschiedenis van ontwikkeling doorgemaakt heeft. Men zegt wel dat we al in Genesis 4:26 kunnen lezen van de eerste eredienst: ‘In die tijd begon men de naam van de HEER aan te roepen’. In de oudtestamentische bedeling werd nauwgezet de inrichting van de cultische tempeldienst voorgeschreven. Met de komst van Christus en de uitstorting van de Heilige Geest is dit veranderd. Eén ding is zeker: Christus vergadert Zich een gemeente (een ecclesia Mat. 16:18) en Hij regeert die gemeente door Zijn Woord en Geest en zal dat blijven doen tot aan de jongste dag (HC21; v&a 54).
Maar als die gemeente samenkomt dan ligt er geen blauwdruk klaar in het nieuwe Testament hoe zo’n vergadering van stap tot stap ingericht dient te worden. De liturgie ligt niet vast maar gaat zich in de gemeente ontwikkelen. Dat past ook bij de nieuwtestamentische tijd. De Geest rust op heel de gemeente. We zijn geen onmondige kinderen meer (Ef. 4:14 )en daarom mag de gemeente nu zelf gaan bedenken wat passend is bij de dienst aan de Heer. Dat geeft vrijheid en ruimte. Niet om er en onordelijke janboel van te maken (1 Kor. 14:40). Want er geldt maar één norm voor dat ‘bedenken’ en dat wordt prachtig verwoord in Filipp. 4:8: ‘Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat’ (vert. NGB 1951).Dat ‘bedenken’ is een opdracht, een imperatief!
Bij dat ‘bedenken’ komt het aan op fijngevoeligheid ‘zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt’ (Fil 1:10). Die fijngevoeligheid krijg je als je als gemeente groeit in liefde en in kennis van Christus. Het sleutelwoord dat de Geest van de vrijheid hierbij gebruikt is het woord SAMEN zoals verwoord in Ef. 3:17b- 19: ‘ Geworteld en gegrond in de liefde, zult gij dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot alle volheid Gods’.(Vert. NGB 1951).
De ontwikkeling van dat ‘bedenken’ wordt in bovenvermelde notitie van het Steunpunt Liturgie treffend verwoord: ‘Kenmerkend voor de viering van de eerste dag van de week, de dag van de Heer, zijn vanaf dit begin: Woord en Tafel. Zo ontstond het grondpatroon van de christelijke eredienst: twee kernen met daarbij een aanvang en een afronding. Dit grondpatroon is oeroud, het is in ieder geval aanwijsbaar vanaf de 2de eeuw. De twee kernen zijn: a) de Dienst van het Woord, b) de Dienst van de Tafel (of: Dienst van de Dankbaarheid)’. Net zoals bij de totstandkoming van de canon (Art. 5 NGB) geloven we dat het grondpatroon van de christelijke eredienst onder de leiding van de Heilige Geest tot stand is gekomen. Daarom kan dit grondpatroon een gave van de Geest genoemd worden. Op dit grondpatroon is in de loop van de eeuwen voort gebouwd. In de tijd van de Reformatie is de tweede dienst erbij gekomen. De notitie stelt terecht dat de tweede dienst zoals wij die nu kennen aanvankelijk een openbare catechisatie was en zich geleidelijk aan ontwikkelde tot een volwaardige kerkdienst rond de leer van de kerk (de catechismus). We zouden geen reden kunnen bedenken waarom ook die tweede dienst – net zoals de eerste – niet onder de leiding van de Geest tot stand is gekomen en geen gave van de Heilige Geest genoemd kan worden. Dat neemt niet weg dat alles wat er in de eredienst gebeurt ook voortdurend aan de Bijbel getoetst moet worden. Ook al geloven we dat die tweede dienst voluit een gave van de Geest is, daarmee is nog niet gezegd dat de tweede dienst een uitwisselbare kopie van de eerste zou moeten zijn. Om helder te krijgen waarom de term ‘hoofddienst’ o.i. een ongelukkige keuze is willen we proberen eerst uit te leggen wat het unieke karakter is van iedere eredienst.
Als aanvlieg route daarvoor, kunnen we gebruiken wat we lezen in Johannes 20:19 en 26. Vers 19: ‘Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Vers 26: ‘Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij’. In de christelijke traditie wordt deze verschijning van de verhoogde Kurios in de in de kring van de discipelen wel gezien als de eerste kerkdienst in de Nieuwtestamentische bedeling. De woorden van deze groet ‘Ik wens jullie vrede’ hebben een diepe lading. Het ‘sjaloom’ van de verhoogde Heer en Heiland is op Pasen werkelijkheid geworden. Er is eeuwige verzoening tot stand gebracht. De gemeente mag nu vanuit dit sjaloom van de Heiland in diezelfde vrede gaan leven en zo de nieuwe toekomst tegemoet treden. Als Jezus een week later, weer op de eerste dag van de week, opnieuw in de discipelen kring verschijnt dan klinkt weer dat ‘Ik wens jullie vrede’ . Door dat op die manier te herhalen legt Hij a.h.w. een grondmodel vast voor de toekomst. Het zou te ver gaan om op alle aspecten hiervan nu in te gaan maar we zien in ieder geval een lijn naar de latere begroeting ‘Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus’ die we in de brieven van Paulus tegen komen. Met die groet worden we elke kerkdienst door onze Heer begroet. De voorganger spreekt deze woorden namens Christus uit. In de dogmatiek noemen we dat functionele representatie. De voorganger representeert Christus alsof Hij in eigen Persoon ons begroet en zo moeten we het ook opvatten.
We zien hetzelfde aan de Avondmaalstafel. De voorganger representeert Christus. Christus is de echte gastheer aan de tafel. Zo hebben we elke eredienst hoog bezoek. Deze groet ‘Genade zij u en vrede’ is veel meer dan een groet in de trant van ‘Goede morgen’ of ‘Goede middag’. Met deze groet legt de Verhoogde Heer met zijn Woord en Geest beslag op de gemeente en wordt de kerkvergadering a.h.w. geconstitueerd. Constitueren dat betekent dat er met die groet een wettelijke basis onder de ontmoeting met de Heer gelegd wordt. Woord en Sacrament worden nu namens de Heer ambtelijk en in het publiek ‘bediend’. Daarmee draagt elke dienst van Woord en Sacrament een uniek karakter en om die reden dient de dienst van Woord en Sacrament onderscheiden te worden van allerlei andere vergaderingen en bijeenkomsten en activiteiten, zoals bijv. huiskringen, bijbelstudiekringen, gebedsgroepen enz., hoe goed, nuttig en noodzakelijk deze bijeenkomsten, vergaderingen, en activiteiten ook mogen zijn. Natuurlijk, het werk van de Heilige Geest is veel breder dan wat er in de eredienst gebeurt. Overal waar de Bijbel open gaat werkt de Geest van God. Maar dat doet niets af van het unieke karakter van elke eredienst. Bij dat unieke karakter hoort ook dat je geen vrijblijvende houding kunt aannemen. Als de Heer je roept en je bent niet verhinderd dan is wegblijven geen optie.
Door dat unieke karakter van elke eredienst kan en mag je aan de ene eredienst dus geen grotere importantie toekennen dan aan de andere eredienst. De onderscheiding ‘Hoofddienst’ en ‘tweede’ dienst wekt de indruk dat dat verschil in importantie er wel is en dat kan o.i. in het licht van het bovenstaande niet vol gehouden worden en roept een verkeerde tegenstelling in het leven. Omdat Hij het is, onze opgestane Heer, die de gemeente samenroept is elke eredienst van gelijke prioritiet, en wel van de hoogste prioriteit en dit ongeacht hoe vaak Hij de gemeente samenroept.
Voorts zegt de notitie: ‘In de hoofddienst op de zondagmorgen vervult de gemeente haar liturgische taak’. Op zich is dat juist als je het daar maar niet toe beperkt. Want als je dat zo zegt dan wek je op zijn minst de indruk dat de gemeente in de tweede dienst geen liturgische taak te vervullen heeft, en dat terwijl de Heer ook in de tweede dienst Zijn gemeente samen roept en in liturgische communicatie met haar treedt. De notitie zegt dat het kenmerkende van de hoofddienst op zondag morgen is vieren, gedenken en dienen. ‘Vieren’ zegt de notitie terecht is: ‘gedenken, het gedenken van de grote daden van de HEER. Dit gedenken leidt tot dienen, en dat komt uit in zowel levensheiliging, als in het liefhebben van de naaste’. Wat blijft er dan volgens de notitie over voor de ‘tweede’ dienst? Er blijft over een leerdienst a.d.h.v. de Catechismus en een avondgebed. Dit wordt in de notitie samengevat onder: ‘leren, mediteren en bidden’ en in ieder geval mag er in de tweede dienst geen herhaling plaats vinden van dat wat ’s ochtends is behandeld is en er mogen geen sacramenten bediend worden.
Als we dit patroon volgen gaat de praktijk binnen de GKV steeds meer worden – en dat is nu al heel vaak de praktijk - dat alle feestelijke elementen die eigen zijn aan het vieren geconcentreerd worden in de ‘Hoofddienst’ op zondag morgen. Feestelijke elementen zoals bijv. ondersteuning door een cantorij, extra muzikale bijdragen door gemeenteleden, het kind moment en wat je als gemeente daarbij ook maar mag aandragen. Tezamen met de bediening van de sacramenten wordt het een vol programma. Een feestelijk programma dat ook tijdmatig behoorlijk kan uitlopen en in toenemende mate een extra appel doet op het concentratie vermogen van de gemeente. We zijn immers, ook als het op concentratie aankomt, beperkte mensen. Velen komen dan ook met een ‘vol’ of ‘vervuld’ gevoel uit de kerk en we bedoelen dit in positieve zin. Maar ja, dan is er ook nog een tweede eredienst in de middag……
Het is nu al zo, los van de notitie van het Steunpunt, dat die tweede dienst er in de beleving van velen niet alleen anders uitziet, die voelt voor velen ook heel anders. Geen feestelijke elementen en omlijstingen meer zoals in de morgendienst, de helft van de gemeente of nog minder komt opdagen, er zijn maar weinig kinderen aanwezig. Het is daarom begrijpelijk dat die tweede eredienst voor velen zowel letterlijk als figuurlijk een ‘leeg’ gevoel kan geven. Door al die lege stoelen kan jezelf gemakkelijk eenzaam en verweesd voelen. Een gevoel alsof je in een totaal andere wereld terecht bent gekomen dan in de morgendienst. Je mist de aanwezigheid van veel broers en zussen en dat kan een flinke domper op je enthousiasme zetten. Terwijl je elkaar juist zo hard nodig hebt. Het is o.i. wel te begrijpen dat er velen zijn die het moeite kost om zich hier overheen te tillen. Aan de andere kant is het ook zo dat een ieder die zich over dit gevoel heen zet, ook rijkelijk beloond wordt en ook veel bemoediging en troost uit de leer dienst haalt, juist ook vanwege de rijke inhoud. Het ontslaat ons in ieder geval niet van de plicht om ons best doen om ook die middagdienst tot een echt feest te maken. Want ‘leren’ is net zo belangrijk als ‘vieren’.
Laten we daarom eens gaan kijken wat de Bijbel zegt over ‘leren’ en het belang daarvan. In Handelingen 2:42 lezen we: ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed’. Deze tekst wordt wel gezien als de ‘mission statement’ van de eerste christelijke gemeente. Het woord dat hier met ‘onderricht’ is vertaald is het bekende Griekse woord didachè ( διδαχῇ). Het gaat hier om de vasthouden aan de leer, het onderwijs van de apostelen over de grote daden van God, in het lijden en sterven en de opstanding van Jezus Christus. Het schriftbewijs heeft in het onderwijs een belangrijke rol, kijk maar naar de Pinksterrede van Petrus (Hand.2) en de rede van Stephanus (Hand. 7). Het leren heeft in de Bijbel betrekking op wat God wil dat nu gedaan zal worden. Net zoals de verkondiging vraagt om geloof, vraagt de onderwijzing om gehoorzaamheid. In de latere brieven van Paulus aan Timotheüs en Titus zien we een verschuiving optreden. De leer is daar veel meer een heilswaarheid die op formule is gebracht en die bindend is voor alle christenen. De gezonde leer komt tegenover de dwaalleer te staan en vraagt om een positiekeuze. De leer heeft nu niet alleen betrekking op wat men moet doen maar ook op wat men moet geloven.
Hier valt nog veel meer van te zeggen maar het is wel duidelijk dat ‘leren’ met zijn diverse aspecten erg belangrijk is in de Bijbel. Dat was al zo in het oude testament met zijn nadruk op het ‘inprenten’ (Deut. 6:6-9). Hoe vaak wordt het kern leermoment van het O.T., de verlossing uit Egypte, niet herhaald in het OT zelf? Kortom, ‘leren’ is in de Bijbel van essentieel belang om staande te kunnen blijven en te groeien in geloof en in liefde.
Als we in de liturgie nu ‘vieren’ tegenover ‘leren’ zetten dan zou je gerust kunnen stellen dat je niet eens kunt ‘vieren’ als je niet eerst ‘geleerd’ hebt, als je niet eerst bent onderwezen. ‘Leren’ en ‘vieren’ zijn dan ook nauw op elkaar betrokken. Je moet nl. weten waar je mee bezig bent en dan pas kan je het beleven en vieren. Vandaar dat het al vanaf de eerste eeuwen de gewoonte is om voorafgaand aan het vieren van het HA en ook voorafgaand aan de doop eerst -korter of langer – onderwijs te geven.
Voor de duidelijkheid: we vinden het een goede zaak om iedere eredienst een eigen accent te geven. Het is goed verdedigbaar om in de morgendienst het accent op vieren te leggen en in de tweede dienst het accent op leren te leggen. Maar dan gaat het echt om een accent. We moeten beide diensten zeker niet gelijkschakelen zoals zo vaak is gebeurd. Het onderwijs a.d.h.v. onze belijdenis dient dan ook in de middagdienst te blijven. Waar we wel ernstige bedenkingen tegen hebben is om ‘vieren’ en ‘leren’ van elkaar te scheiden zoals in de notitie van het steunpunt wordt voorgesteld. De suggestie om bijv. het bedienen van de sacramenten niet meer in de tweede dienst toe te staan, lijkt ons dan ook veel te ver te gaan.
Wellicht chargeren we, maar als wat de notitie voorstelt ten volle praktijk wordt, dan krijg je in de beleving van velen een rijke, en volle hoofddienst waarin gevierd wordt en een kale middagdienst waarin ‘slechts’ geleerd wordt. Als dit meer en meer de praktijk gaat worden in de kerk dan is het pastorale advies van Ds. B. Luiten dat we elders lazen logisch: ‘Als je maar één keer komt, kom dan ’s morgens, dat is de ontmoeting die God heeft ingesteld, de viering van de opstanding van Jezus Christus, van de verzoening in Hem en van je nieuwe leven hier en nu’.(‘De Reformatie’, Jaargang 89, nummer 2 d.d. 18 oktober 2013, Pagina 35, Ds. Bas Luiten in een artikel “Naar de kerk maar anders”).
Maar als je het zo stelt dan schijnt het ons toe dat je –onbedoeld - de slag om het behoud van de tweede dienst reeds bij voorbaat verloren hebt, want waarom zou je perse naar een tweede dienst op zondag gaan als alleen de eerste dienst door God zou zijn ingesteld en de tweede kennelijk niet? Ten diepste komen we toch niet op gezag van mensen naar de kerk? Maar we hadden reeds gesteld dat ook de tweede dienst een ontmoeting is van de verhoogde Kurios met Zijn gemeente. Laten we eens proberen het vanuit Zijn kant te bezien, vanuit de Heer zelf. Als Hij een belangrijke boodschap voor de gemeente heeft en Hij staat tegen lege stoelen te praten, hoe zou Hij zich dan voelen, zou dat Hem niet veel verdriet doen? Als je dit als gemeente op zijn beloop laat, mag je dan een zegen van Hem verwachten op je kerkelijk leven?. Ligt hier niet een bron van malaise in het kerkelijk leven? Als je bij de slager staat dan mag je de vraag of het een onsje meer of minder mag zijn met ja of nee beantwoorden. Bij zoveel rijke gaven kan je in de kerk niet zeggen: ‘voor mij hoeft dat allemaal niet, ik heb aan één keer genoeg’.
Jezus volgen is nu eenmaal alles of niets, Hij vraagt het offer van je hele leven, niet alleen op zondag maar alle dagen (Rom. 12:1-2). De Heer heeft een hekel aan halfslachtigheid, aan halve offers, aan halve diensten (Maleachi 1:10, Openb. 3:15,16). Laten we daarom elkaar blijven aanvuren om beide erediensten gelijke prioriteit en importantie geven, ook al is de inhoud nog zo verschillend.
Ten slotte nog dit. Ook geestelijke energie kent zijn beperkingen. Laten we daarom onze liturgische energie gelijkmatig over beide diensten op zondag verdelen, zodat beide diensten als een echt feest van ontmoeting met onze God beleefd kunnen worden. Want het is in de kerk net zo als bij het nuttigen van een maaltijd in het gewone leven. Niet alles in één maaltijd (c.q. eredienst) proppen, zodat je daarna geen trek meer hebt. Als je de maaltijden gelijkmatig over de dag verdeelt, dan is dat het beste voor je. Maar als je nog maar kort geleden een vijf gangen menu achter de kiezen hebt, dan heb je een paar uur later geen trek meer in een volgende maaltijd, ook al eet je heel wat anders. Zo is het in de kerk ook.
De belangrijkste vraag is niet eens wat er precies gebeurt in de erediensten, maar óf ik daar wel elke keer graag wil zijn als Hij mij roept. Als ik tot Hem nader met een toegewijd hart dat niets liever wil dan dicht bij Hem te zijn, dan gaat er iets geweldigs gebeuren. Als we allen komen, telkens als Hij roept, dan geeft dat een enorme blijdschap en gaat daar een geweldige stimulans vanuit. Die blijdschap zorgt voor eensgezindheid. En door die eensgezindheid gaan we voor onze broer en zus ruimte gaan maken om de ontmoeting met God voor iedereen tot een feest te maken. In de morgen vieren en in de middag leren en toepassen.
Is dit een achterhoede gevecht? Misschien wel, maar ook achterhoede gevechten moeten gevochten worden.
Door op onderstaande link ‘reacties’ te klikken kunt u online reageren op dit artikel.

 Terug
Geplaatst: 14-05-2014 17:38:50
Share on Google+

Reacties

Beste Kees,

dank voor je hartelijke verbondenheid, die in zoveel opzichten blijkt, ook in je uitgebreide betoog.

Als je het hebt over verschil in accent tussen beide diensten, dan zijn we het al bijna eens.
Maar het valt me op, dat je zo weinig over de inhoud van de diensten zegt.
Je stelt (kort samengevat) dat we beide keren God ontmoeten, dat beide diensten daarom even belangrijk zijn en dat er dus beide keren ruimte moet zijn voor de sacramenten.
Daarbij laat je een belangrijk element buiten beschouwing, namelijk dat wij in de ochtenddienst onze schuld belijden, verzoening ontvangen en zo onze verbondenheid met God vernieuwen. Wanneer we dit als gemeente in geloof van harte meemaken, kan het niet zo zijn dat we dit in de middagdienst overdoen. Dat is ook nooit de bedoeling geweest, zo lang de middagdienst bestaat.
Welnu, de sacramenten zijn ons gegeven om de verzoening tussen God en ons te verzegelen en te vieren. Naar hun aard horen ze daarom bij de verbondsvernieuwing, en zo in de ochtenddienst.
Het punt is dus niet of we beide diensten wel waarderen, maar of we beseffen wat we in die diensten doen. Dat besef is nogal uitgesleten, om het voorzichtig te zeggen. Er zijn mensen die het onderscheid tussen beide erediensten geheel ontgaat. Als ze slechts een keer willen komen, kiezen ze eenvoudig het tijdstip dat hun op die zondag het beste past. Om die reden schreef ik: als je maar een keer komt, kies dan voor de dienst waarin wij verzoening ontvangen en ons verbond met God vernieuwen!
Ik argumenteer dus vanuit de onderscheiden inhoud van de diensten, terwijl ik mij er van harte voor inspan het belang ook van de middagdienst te laten ervaren. Want ook de leer heeft alles met Gods verbond en zijn genade te maken, er staat geen waterdicht schot tussen beide diensten.

Ik groet je hartelijk en hoop nog veel mooie ochtend- en middagdiensten met je mee te maken.

Bas Luiten

Bas Luiten02-08-2014 22:59

Ha Kees, je hebt er weer een doorwrocht stuk van gemaakt. Op jouw verzoek geef ik hieronder mijn mening weer. Die is niet zo wetenschappelijk onderlegd als jouw stuk en dat van Anje, maar gaat meer uit van de beleving van een gewoon kerklid, die vind dat je onderlinge bijeenkomsten niet moet verzuimen (Hebr. 10 : 25), maar daar toch in de praktijk zijn problemen mee kan hebben.
Een voorbeeld: Stel dat ik in Yerseke woon en lid ben van de Gereformeerde Gemeente aldaar. De kerkenraad van deze gemeente belegt 3 diensten per zondag. Daarnaast is er door de week af en toe een dienst. Is het dan de bedoeling dat ik al die diensten bijwoon? Nog een voorbeeld: Vorig jaar kwamen we op een zondag in de Westminster Abbey in Londen terecht. Daar worden 6 verschillende diensten verspreid over de hele zondag gehouden. Daarnaast worden er in de week elke dag 4 diensten gehouden. Totaal dus 30 diensten per week. Als ik lid van die gemeente was, zou ik dan al die 30 diensten per week bij moeten wonen, waarvan 6 op een zondag?
Ik zou het me natuurlijk gemakkelijk kunnen maken en zeggen dat ik als christen lid van de GKV hoor te zijn en niet van de Gereformeerde Gemeente of van de Anglicaanse kerk; dan heb ik meteen het probleem niet meer dat er teveel kerkdiensten worden gehouden, want naar niet-GKV kerkdiensten hoef ik dan niet te gaan. Dat is echter een andere discussie, ik stel nu even dat ik lid ben van een kerk die veel kerkdiensten organiseert.
In het geval van de Westminster Abbey vind ik het mooi dat in zo’n kerk in een wereldstad minimaal 30 kerkdiensten per week worden gehouden. Op deze wijze kunnen veel mensen kennis nemen van Christus’ verlossingswerk, dat daar verkondigd wordt. Het is echter ondoenlijk om als gemeentelid al die diensten bij te wonen.
In het geval van de GG in Yerseke ligt dat iets anders; het kan misschien net om de 3 diensten van bijv. 1 ½ uur per keer op zondag en 1 keer door de week bij te wonen, maar ik zou er wel uitgeput van raken en veel zou langs me heen gaan.
In jouw benadering geef je een heel zware lading aan je standpunt door voor beide diensten te benadrukken dat de Heer je roept en wegblijven daarom geen optie is. De zondag kan dan zwaar en drukkend worden: “Ik móet weer” in plaats van “Ik mag naar Gods huis gaan en zijn zegen ontvangen, de verlossing door Christus ondergaan en God prijzen”. Hoe doe je het dan in Yerseke met 3 diensten per zondag en 1 in de week? En hoe doe je het met de 30 diensten per week in de Westminster Abbey? Dan sluit ik toch liever aan bij Henk Knigge door uit te gaan van de Christelijke vrijheid en de gemeenteleden aan te spreken of ze die vrijheid wel op een goede wijze gebruiken.
Ik ben wel met je eens dat het belangrijk is of ik er elke keer graag wil zijn als God mij roept. Maar God kan je soms ook ergens anders roepen; er kunnen allerlei redenen zijn dat een gemeentelid het maar bij één keer per zondag laat.
Het is jammer dat de aandacht voor het Woord, die er was bij de Reformatie, in de praktijk is omgezet in het gebruik van veel woorden. Voor een gewoon kerklid als ik was het vele gepraat in de dienst vroeger vaak moeilijk te verteren, waardoor ik me er voor afsloot. Gelukkig zijn de diensten tegenwoordig vaak gevarieerder en heb je meestal niet meer van die hele lange spraakwatervallen, al zijn de GKV diensten soms nogal druk en niet van een erg hoog liturgisch niveau. Als de Heer ons roept naar de kerkdienst, máák er dan ook wat van, zou ik de kerkenraad, predikant, musici en kerkleden willen aanraden.
Ik vind wel dat er onderscheid tussen morgendienst en middagdienst moet zijn. Het is niet nodig om alles in de morgendienst te proppen. Doop, HA, belijdenis, bijbelklas, e.d. kunnen ook in de middagdienst. Maar die dienst kan bijvoorbeeld meer een interactieve leerdienst worden; zelf zou ik het mooi vinden om dan ook meer lofprijzing in te voeren, met bijzondere muziekstukken o.a. met medewerking van cantorij en dergelijke. God troont op de lofzangen van zijn volk (Psalm 22 : 4). Zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer (Efeze 5 : 19, 20). Op deze wijze komen er wellicht twee aantrekkelijke kerkdiensten op een zondag, tot eer van God, waar de gemeenteleden graag naar toe gaan.

Jan Breman28-05-2014 21:27

Beste Kees,

Bedankt voor het mij toesturen van je uitvoerige artikel.
Ik vind het een waardevolle bijdrage aan het liturgisch gesprek.
Ik geef een paar eigen opmerkingen, die ik centraal vind.

1
Er loopt een rechte lijn van Christus (niet enkel van Pasen) naar onze christelijke eredienst.

2
Was in het OT voor het onmondige Israël alles in de eredienst minutieus door de HERE geregeld en voorgeschreven, in het NT zijn wij als christelijke gemeente door de Geest van Christus mondig geworden. We mogen leven in christelijke vrijheid (Gal 5:1).

3
Dat houdt ook in de vrijheid onze eredienst zelf in te richten, niet om aan onze eigen verlangens te voldoen (Gal 5:13); maar tot eer van God en Christus en tot opbouw van elkaar als gemeente van Christus. Je verwijst zelf in je artikel onder meer naar Fil 1:10 en 4:7. Gewonnen voor Christus laten we ons graag leiden door Christus’ Woord, en vragen we om de wijsheid van Christus’ Geest.

4
Die Christelijke vrijheid leidt tot variatie in de vormgeving van de erediensten: her en der in de wereld (plaats) en ook in de loop der eeuwen (tijd). Waarbij niet per definitie de ene liturgie goed en de andere niet goed is.
Het geeft ook de kerkeraad samen met de gemeente de Christelijke vrijheid zondags niet slechts één maar twee samenkomsten te beleggen (vele Gereformeerde kerken elders in de wereld kennen van ouds op zondag maar één samenkomst). Met het beleggen van twee diensten bevinden we ons in de lijn van de OT-ische tempeldienst op sabbat.

5
Als de kerkeraad ons als gemeente tweemaal samenroept, en jij neemt zelf de vrijheid stelselmatig maar eenmaal te komen (en bijvoorbeeld ‘s middags niet te komen), wordt de vraag actueel, waarom laat je verstek gaan? Gebruik jij de vrijheid, die Christus je geeft, wel op goede wijze? Dat is het niveau, waarop dan dient te worden doorgesproken. Hoe geeft jij vorm aan zijn je leven als christen zondags en ook verder in de week? (Een discussie over de vraag ‘waar staat het dat je zondags tweemaal naar de kerk moet’ is weinig zinvol; wel is het zinvol en wel zitten we op NT-isch niveau als we Fil 2:10 aan de orde stellen.)
Beseffen we overigens nog wel in onze weelde maatschappij de weelde dat we hier in Nederland bij alle jachtigheid in de week zondags in alle rust openlijk mogen en kunnen samenkomen om samen de Here aan te roepen?

6
Ik zou onze erediensten op zondag niet ‘een gave van de Geest’ noemen zoals de canon (=de Bijbel) dat wel is. Dan vergelijk je twee verschillende grootheden. In de liturgie zitten teveel (legitieme) christelijke vrijheden: wij veranderen de liturgie, als we dat in onze huidige tijd dienstig oordelen om bijvoorbeeld de mondige gemeente er meer actief bij te betrekken. Maar wij hebben niet de vrijheid om de canon van de Bijbel te veranderen.

7
De term hoofddienst diskwalificeert (onbedoeld) de tweede dienst. Er is alle vrijheid, ook de wenselijkheid, aan beide diensten een eigen onderscheiden karakter te geven. Benoem ze dan eventueel naar hun eigen karakter, of spreek gewoon van morgen- en middag-(avond-) dienst.


Kees, tot zover mijn opmerkingen n.a.v. je artikel.
Henk

H. Knigge24-05-2014 20:24

Reactieformulier