Bob Dylan  Nobel Prize Winner 2016 for Literature. Go to my Bob Dylan song analysis page to find out that Bob fully deserved to win this prestigious prize.

Bezoekers vandaag: 94Bezoekers totaal: 348849
Welcome to the website of Kees de Graaf
Kees de Graaf keesdegraaf.com
 
images243EA97U.jpg

Zijn de Tien Geboden nog steeds geldig?


Zijn de Tien Geboden nog steeds geldig?

Het is bij internationale sportwedstrijden de gewoonte dat het nationale volkslied ten gehore wordt gebracht. Dat gebeurt ook bij wedstrijden van het Nederlands elftal. Het valt me op dat sommige spelers niet of nauwelijks meezingen. Ieder volk op aarde heeft een bepaalde identiteit mee gekregen van onze Schepper. Ieder volk heeft daarom ook een recht van bestaan. Iets van de eigen identiteit van een volk wordt in het volkslied tot uitdrukking gebracht. Dat is iets om trots op te zijn. Gepaste trots, dat wel, want het mag niet leiden tot verheerlijking of vergoddelijking van de staat, een soort van ultra nationalisme. Toch vind ik het een schande als vertegenwoordigers van ons land ons volkslied niet eens uit het hoofd kunnen meezingen, je doet je land daarmee oneer aan.
Maar hoe zit het nu met de waardering voor Gods universele Wet, de Tien Geboden? Het is opvallend dat de Tien geboden  ook bij niet christenen op een hele hoop sympathie kunnen rekenen. Dat bijv. niet stelen en niet doden goed is voor de maatschappij wordt door die maatschappij breed gedragen.
Maar hoe is het in de kerk gesteld met de sympathie voor de Tien Geboden? Als niet christenen al  zo positief spreken over de Tien Geboden en zoveel sympathie voor  de Tien geboden van God hebben, dan zou je mogen verwachten dat de kerk, het volk van God, die Tien Geboden liefdevol koestert en in zijn armen sluit.  Toch was en is dat lang niet overal het geval. Je had en je hebt in de christelijke traditie z.g. antinomianen. ‘Nomianen’ dat is afgeleid van het Griekse woord ‘nomos’. Dat woord ‘nomos’ betekent in het Nederlands ‘Wet’. Die antinomianen zijn dus tegen de Wet. Nu had je en heb je binnen dat antinomianisme heel veel verschillende stromingen en opvattingen. We beperken ons nu tot praktisch en leerstellig antinomianisme in deze tijd. Het praktisch antinomianisme gooit  de Tien geboden helemaal overboord en dat kan in de praktijk gemakkelijk leiden tot wetteloosheid en bandeloosheid.
Het leerstellig antinomianisme zegt dat met de komst van het Nieuwe Verbond onder Christus, de Tien geboden zijn afgeschaft. Waarom zegt men dat? Men zegt dat omdat de Tien Geboden (Ex. 20) een onderdeel zijn van het z.g. Sinaï Verbond dat God sloot met Israël op de Sinaï. Want, zo zegt men,  de Bijbel geeft in Hebreeën 8   duidelijk aan dat met komst van het Nieuwe Verbond het oude Sinaï Verbond wordt afgeschaft. Schaf je het Sinaï Verbond af, dan schaf je ook de Tien Geboden af want die zijn immers een onderdeel van dat Sinaï Verbond. Enkele citaten uit Hebreeën 8 die dit standpunt ondersteunen:  Hebreeën 8: 7: “ Zou het eerste verbond (Het ‘eerste’ verbond dat is het Sinaï Verbond CDG) zonder gebreken zijn geweest, dan zou er geen tweede voor in de plaats hebben hoeven komen”. Hebreeën 8:13: “Op het moment dat hij spreekt over een nieuw verbond heeft hij het eerste (Het ‘eerste’ dat is het Sinaï Verbond CDG) al als verouderd bestempeld. Welnu, wat verouderd is en versleten, is de teloorgang nabij”. Dit lijken hele sterke en overtuigende argumenten waar geen speld tussen te krijgen is en waaruit je geen andere conclusie kunt trekken dan dat met de afschaffing van het Sinaï Verbond ook de Tien Geboden zijn afgeschaft.
Maar als die Tien Geboden volgens deze antinomianen nu zijn afgeschaft onder het Nieuwe verbond, wat voor ‘wet’ komt daarvoor dan in de plaats? Volgens de praktische antinomianen komt daar helemaal geen wet voor in de plaats. Volgens de leerstellige antinomianen komt in de plaats van de Tien Geboden de ‘Wet van Christus’  en alleen die wet is nu nog geldig. Dat laatste klinkt in eerste instantie aannemelijk, toch zijn daar bedenkingen bij te plaatsen, maar daarover later meer.  Het klinkt hetzelfde als wanneer christenen zeggen: ‘Ik wil alleen Jezus volgen’. Als we dat horen dan zijn we daar uiteraard blij mee , mits het maar de echte Jezus is, zoals Hij gevolgd wil worden. Er ontstaan echter problemen wanneer men vervolgens zegt: ‘Jezus volgen betekent voor mij leven in de christelijke vrijheid. Waar de Geest van de Heer is, daar is immers vrijheid. En vrijheid betekent voor mij liefde. Voor mij niet meer die toornde en  donderende God van de Sinaï met zijn geboden, je zult dit niet en dat niet….maar de liefdevolle Jezus die mij accepteert zoals ik ben, mij nooit veroordeelt en mij vrij laat in mijn keuzes’. We horen  antinomiaaanse christenen vandaag zeggen: ‘richt je niet op de Wet van God (d.i. de Tien Geboden) want dat leidt alleen maar tot frustraties’. Het moge duidelijk zijn dat dit antinomianisme de deur wagenwijd openzet voor allerlei praktijken die, met een beroep op de vrijheid en liefde van Christus, in feite tegen de Tien Geboden  van God ingaan. Het lijkt alsof je Christus grote eer aan doet door  te verklaren dat je alleen Hem wilt volgen of dat alleen ‘de Wet van Christus’ nog geldig is. Maar je kunt Hem daardoor zo maar afzonderen van het Oude Verbond én van de God en Vader van dat oude Verbond. Je verbreekt  dan de eenheid tussen de twee verbonden, tussen het Oude en het Nieuwe Testament (of Verbond). Dat kan nooit de bedoeling van Jezus geweest zijn. Hoe Jezus dan wél met de Wet van God, de Tien Geboden is omgegaan vraagt om nadere verklaring maar die volgt later. Eerst willen we gaan kijken hoe de reformatorische c.q. gereformeerde traditie met deze kwestie is om gegaan.
De reformatorische c.q. gereformeerde traditie heeft nooit de conclusies van de zojuist genoemde vorm van antinomianisme voor haar rekening willen nemen. Integendeel zelfs. De reformatorische traditie  heeft altijd al een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de ceremoniële – ook wel genoemd ‘schaduwachtige’- eredienst van het Oude( Sinaï) Verbond én de morele en zedelijke wil en wet van God zoals die geconcentreerd is in de Tien Geboden. Van die ceremoniële c.q. schaduwachtige  eredienst van het oude Sinaï  Verbond heeft de reformatorische c.q. gereformeerde traditie altijd gesteld dat die door de komst van het Nieuwe Verbond onder Christus is afgeschaft. Maar de gereformeerde traditie heeft nooit willen weten van de afschaffing van de morele en zedelijke wil en wet van God zoals die geformuleerd is in het Oude Testament (wet en Profeten)  en geconcentreerd is in de Tien Geboden. De Tien geboden blijven geldig, ook onder het Nieuwe Verbond, sterker nog, de inhoud en strekking van de Tien Geboden worden door Jezus zelfs geïntensiveerd. Daarover straks meer.
De kerken uit de Reformatie belijden in Artikel 25 van de NGB dat alleen de ‘schaduwachtige’, ceremoniële, wetgeving van het Sinaï Verbond is afgeschaft, de waarheid en de inhoud daarentegen blijven ook in het Nieuwe Verbond onder Christus gehandhaafd. Onder het kopje “Christus, de vervulling van de wet” belijdt Artikel 25 het volgende: “Wij geloven dat de schaduwachtige eredienst van het oude verbond en de gebruiken die door de wet waren voorgeschreven, met de komst van Christus hebben afgedaan en dat zo aan al deze schaduwen een einde is gekomen. Daarom moeten de christenen die niet langer handhaven. Toch blijft voor ons de waarheid en de inhoud ervan in Christus Jezus, in wie zijn hun vervulling hebben. Wel maken wij nog gebruik van de getuigenissen uit de Wet en de Profeten, om ons in het Evangelie te bevestigen en ook om overeenkomstig Gods wil ons leven in alle eerbaarheid in te richten tot zijn eer”. Om te bewijzen dat de NGB hierin de Schrift naspreekt worden een aantal verwijs teksten gegeven. We noemen er één: Matt. 5:17: “Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten at te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen”. “Vervullen” is toch heel wat anders als “afschaffen”!.
Maar laten we een paar andere teksten noemen uit Hebreeën 8 die de onverbrekelijke eenheid en verbondenheid tussen het Oude (Sinaï) Verbond en het Nieuwe Verbond bewijzen, ook juist als het gaat om de geldigheid van de Tien Geboden. Die teksten komen uit dezelfde perikoop uit Hebreeën 8 die  antinomiaaanse christenen van vandaag gebruiken om aan te tonen dat het gehele Oude (Sinaï) Verbond is afgeschaft, inclusief de Tien Geboden. Het gaat om Hebreeën 8:10-12 en dan in het bijzonder om vers 10. We lezen daar: ”Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met het volk van Israël zal sluiten – spreekt de Heer: In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.  Volksgenoten zullen elkaar niet meer hoeven te onderwijzen, men zal elkaar niet meer hoeven te zeggen: “Ken de Heer!”, want allen zullen mij kennen, van klein tot groot.  Ik zal hun wandaden vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.’ Nu zijn deze teksten uit Hebreeën 8 een aanhaling uit Jeremia 31:31-34. In het licht van Jeremia 31 zullen we deze teksten dan ook uit hebben te leggen. In Jeremia 31 staat dat ‘de Heer’ spreekt. In het Hebreeuws van de tekst uit Jeremia staat  de naam Jahwè. Jahwè, dat is de naam van de Heer zoals Hij zich aan Mozes openbaarde. Het is Jahwè  die zegt over het Nieuwe Verbond: ‘In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven”. Wat betekent dat “mijn wetten”?. “Mijn wetten” dat is niets anders dan de morele en zedelijke wil en Wet van God zoals Hij (Jahweh) die geopenbaard heeft in Wet en Profeten (Het Oude Testament) en die geconcentreerd zijn in de Tien Geboden. Díe wetten waarvan de Tien Geboden een concentratie zijn, worden in het Nieuwe Verbond dus niet afgeschaft maar worden nadrukkelijk in het Nieuwe Verbond opgenomen. Het Nieuwe Verbond   breekt in dit opzicht dus niet met het Oude (Sinaï) Verbond, maar bouwt er juist op voort.  Maar er verandert wel iets in het Nieuwe Verbond met die aloude wetten van God. Van dit Nieuwe Verbond wordt  gezegd: “In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven”. De vraag kan gesteld worden of dit in het Oude Sinaï Verbond ook al niet het geval was. In Deut. 10:16 lezen we de volgende oproep: “Besnijd daarom uw hart en wees niet langer halsstarrig”.   Deut. 6:5 zegt: “Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten”. Ook in het Oude Sinaï Verbond zocht God het hart van de mens, ook toen al ging het om liefde tot God en de naaste. Het lag dus niet aan het Oude Sinaï Verbond alsof dat Verbond niet goed zou zijn. Het lag aan de halsstarrigheid, de voortdurende ontrouw van het volk Israël. Gods Verbond, Zijn liefde en Zijn barmhartigheid, stuitte eeuwenlang op een muur van verzet en koppigheid. God bleef van Zijn kant trouw aan Zijn Verbond maar van de kant van Zijn volk Israël was het Oude Testament  één lange geschiedenis van hardnekkigheid en ontrouw waarbij geen enkel corrigerend en straffend middel dat God inzette baat bracht, zelfs de ballingschap niet.
God laat Zijn barmhartigheid echter niet tegenhouden. In Zijn onuitsprekelijke liefde gaat God gaat in het Nieuwe Verbond een ultieme poging doen om  Zijn plan te laten slagen, om Zijn ideaal waar te maken: “Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn”. Hij gaat de belofte van het Oude Testament vervullen. Zijn geliefde Zoon Jezus Christus komt naar deze aarde en de Heilige Geest wordt uitgestort op allen, zodat allen Hem zullen kennen. We gaan leven onder de heerschappij van Jezus en van de Geest.  Prof. J van Bruggen (Romeinen –Christenen tussen stad en synagoge -, pagina 112) stelt het n.a.v. Romeinen 8:1-11 zo: ‘’Wat verandert er metterdaad wanneer een mens zich onder de heerschappij van Jezus stelt? De wet die God gaf was goed. Toch ontglipt de mens aan God en vervalt aan de dood omdat hij zwak is door zijn ‘vlees’ met de hartstochten en begeerten. De nieuwe Heer die God geeft is goed. Maar zal toch de geschiedenis zich niet herhalen? Is Jezus in ons méér dan de wet bij ons kon zijn? Om deze vraag te beantwoorden gaat Paulus schrijven over wat Jezus in de gelovigen is. Dit leidt tot een lang hoofdstuk over de Geest (Romeinen 8) van God die we ontvangen door Christus. Hij is zelf God. Hij is de glorie van God en de kracht van de allerhoogste. Deze Geest bezielde onder de wet steeds opnieuw de profeten en zieners, wanneer hij over hen kwam. Em deze Geest komt nu in de gelovigen wonen. Dit is een nieuwe situatie. God komt door zijn Geest binnen in de gelovige mens, die structureel gedesintegreerd is en die het slachtoffer wordt van het spagaat tussen zijn liefde voor God en de zwakheid van zijn vlees, zijn natuur. Deze nieuwe nabijheid van God in het innerlijk van de mens wordt de doorbraak naar het eeuwige leven (Rom. 8:1-11)”.In het Nieuwe Verbond bindt de Heilige Geest – die ook de Geest van Christus is – ons vast aan Christus, zodat we nu ook ‘in’ Christus gaan leven en we door Hem toegang krijgen tot het liefdevolle hart van de God en Vader van Christus. Van dezelfde God en Vader zoals Hij zich reeds in de Wet en de Profeten had geopenbaard. Hij in ons en wij in Hem. De aloude Wet van God zoals die geconcentreerd is in de Tien Geboden wordt in ons hart geschreven. Ons hart verandert daardoor. We willen nu van harte naar die wet gaan leven. Niet omdat het moet maar omdat we het nu ook willen. Die Wet is ons nu niet alleen in het hart geschreven, de Wet is ons ook op het lijf geschreven. De diepe realiteit van Hebreeën 8: 12 “Ik zal hun wandaden vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken” wordt nu diep in het hart gevoeld en leidt tot een dankbaar leven voor Gods aangezicht, de Wet van God wordt  regel van dankbaarheid en richtsnoer voor ons dagelijks leven. Het Koninkrijk van God gaat open.
We schreven boven al dat de Tien geboden ook onder het Nieuwe Verbond van Christus geldig blijven, sterker nog, dat de inhoud en  de strekking van de Tien Geboden door Jezus worden geïntensiveerd. Die intensivering is mogelijk omdat in het Nieuwe Verbond  de liefde Gods in ons hart is uitgegoten (Rom. 5:5). Onder het Nieuwe Verbond is er door de Geest ruimte in ons hart gecreëerd die ons steeds meer en meer ervan doordringt dat de liefde tot God het grootste en eerste gebod is, en dat het tweede gebod daaraan gelijk is  de liefde tot de naaste en dat deze twee geboden de grondslag zijn van alles wat er in de Wet en de Profeten staat. (Mat. 22: 36-40, Deut. 6:5 en Lev.19:18). Alles in de Wet, in alle geboden van God, draait het om liefde tot God en de naaste. Daar ging het al om in het oude Sinaï Verbond en daar gaat het ook om in het Nieuwe Verbond, maar dan nog veel rijker en intenser. Want Hij die méér is dan Mozes, onze hoogste Profeet en Leerraar is verschenen: Jezus Christus. Hij gaat met goddelijk gezag de Wet van God intensiveren en uitbreiden (Deut. 18:15-19, verg. Hnd. 3:22-26) en naar Jezus moeten we dan ook luisteren. Jezus is de enige toegangspoort om te ontdekken dat het Gods liefdevolle Vaderhart is dat in de Wet en de Profeten tot ons spreekt en waarvan de Tien Woorden een concentratie zijn. Zijn morele en zedelijke wil en wet zoals die zijn geconcentreerd in de Tien Geboden getuigen van zijn brandende liefde voor Zijn volk. Jezus en de Vader zijn Eén.
Dus wie denkt dat ‘Jezus volgen’ een nieuwe weg of ‘wet’ is die los staat van de Tien Geboden – omdat deze zouden zijn afgeschaft - maakt echt een grote vergissing. Wie dat denkt rukt de eenheid van de twee verbonden uit elkaar op een punt waar ze niet van elkaar gescheiden mogen worden. Die Tien Geboden komen juist met versterkte kracht bij Jezus terug en eisen ook van ons een nieuwe gehoorzaamheid die veel verder gaat dan onder het Oude (Sinaï) Verbond. Dat mag Jezus ook van ons eisen omdat Hij heeft ons zoveel meer gegeven  heeft dan in het Oude Verbond. Ter illustratie een voorbeeld. In Matt. 5:27,28 lezen we: “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd”. “Pleeg geen overspel”, dat is het zevende gebod. Je dacht dat je niet schuldig bent door alleen maar begeerlijk te kijken naar de vrouw van een ander. Wie kijkt er nu als man niet graag naar een mooie vrouw? En een beetje flirten, wat geeft het? “Ik doe toch niets?”. Maar Jezus kijkt naar het hart en snijdt al die zelf gemaakte excuses en voorwendsels van ons hart radicaal de pas af. Hij ziet het vol seksuele begeerte kijken naar de vrouw van een ander als een daad van overspel. En Jezus gaat nog veel verder in het volgende vers: Als je oog je (op dit punt) op de verkeerde weg brengt, ruk het uit! Om het Koninkrijk van God binnen te gaan, moet je soms drastische maatregelen nemen (Mat. 5:29) die dwars tegen je eigen vlees ingaan. We begrijpen dan ook niets van die antinomiaaanse christenen van vandaag wanneer we ze horen zeggen: ‘richt je niet op de Wet van God (d.i. de Tien Geboden) want dat leidt alleen maar tot frustraties’. Want als de basis van waaruit Jezus spreekt: - “Pleeg geen overspel” het zevende gebod- al aanleiding geeft tot frustratie, hoeveel te meer frustratie wordt er dan niet door Jezus zelf opgewekt wanneer Hij dit zevende gebod  verder aanscherpt en intensiveert? Want Jezus kijkt veel dieper. Hij kijkt niet alleen naar de formele overtreding van het gebod maar  Hij kijkt ook naar de gesteldheid van het hart!. Wanneer Jezus je confronteert met de diepste betekenis van de Wet van God, neemt de pijn en de frustratie alleen maar toe. En dat is een door Hem gewenst effect. Jezus legt de diepste overleggingen van ons hart bloot en dat roept pijn en frustratie op, niet alleen maar bij het zevende gebod maar bij alle geboden. Want we zijn van naturen allemaal echtbrekers en moordenaars en afgodendienaars. De Wet van God is inderdaad kenbron van onze zonde (HC vraag en antw. 3).
Maar we hoeven niet te wanhopen, want Jezus laat ons niet in de steek, we hebben in Jezus een machtige Heelmeester. Jezus accepteert ieder mens zoals hij of zij is, maar Jezus laat ieder mens niet zoals hij of zij is. Door Zijn Geest gaat Hij de mens vernieuwen. Vraag en antwoord 115 van  de HC  blijven dan ook actueel: Vraag 115:”Waarom laat God ons de tien geboden dan zo scherp prediken, als toch niemand ze in dit leven volbrengen kan?”. Antwoord 115: “Ten eerste wil God, dat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen, en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Ten tweede, dat wij zonder ophouden ons inspannen, en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid bereiken”. In de uitleg van de Tien geboden zien we dat de Catechismus het aanvullende en intensiverende onderwijs van Jezus over de Tien geboden, zoals dat vooral in de Bergrede doorklinkt, volgt. Als we ons nu tot het zevende gebod beperken, (HC Zondag 41) dan zien we dat het niet alleen blijft bij het niet echtbreken, maar dat ook alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten en begeerten en alles wat de mens daartoe verleiden kan, wordt verboden.
Prof. J. van Bruggen (commentaar op Mattheüs pag. 134) heeft gelijk wanneer hij stelt: “In het diepste water van de wet zien we ons vuile gezicht het meest helder”. Confrontatie met de wet van God roept telkens pijn en verdriet bij ons op. Maar daar blijft het niet bij. Als we ons aan Jezus overgeven en ons door Hem laten genezen, daalt Zijn liefde en vrede in ons hart neer. Hij vernieuwt ons door Zijn Geest  en zorgt ervoor dat we steeds meer en meer uit dankbaarheid gaan doen wat Hij van ons vraagt (Mat. 5:19 en 7:21-23) totdat we straks na dit leven de volmaaktheid bereiken. We groeien in geloof en liefde en ontdekken steeds meer en meer dat het Koninkrijk van God bestaat uit gerechtigheid en vrede en vreugde door de Heilige Geest (Rom. 14:17).Er voltrekt zich dan het wonder dat we juist datgene wat voor onze oude mens zo pijnlijk is, vanuit onze nieuwe mens gaan liefhebben: Zijn wet. We gaan die Wet bejubelen want ook in de Tien geboden draait het, zoals al gezegd, om liefde. Dat blijkt ook in het Johannes evangelie. In het Johannes evangelie worden door Jezus de Tien geboden niet zo expliciet uitgelegd en toegepast als bijv. in het Mattheüs evangelie.  Toch zijn de Tien Geboden waarin Gods liefde brandt ook in het Johannes evangelie heel sterk aanwezig. De ogen zijn ons hiervoor geopend door een prachtige preek van Ds. Hempenius over het tweede gebod die we onlangs hoorden. De passage uit het tweede gebod: “en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die mij liefhebben en mijn geboden onderhouden” resoneert tot 3x toe in Johannes 14: 15-24. God liefhebben is je houden aan Zijn geboden. De geboden van Christus zijn dezelfde als de geboden van de Vader zoals die door klinken in de Tien Geboden. God lief hebben betekent Zijn geboden onderhouden: “Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben. Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken” (Joh. 14:20,21).Door de Zoon wordt de grootheid van de Vader zichtbaar (Joh 14:13). Dat is dezelfde Vader die zich in het Oude Testament (Verbond) heeft geopenbaard. De Zoon is dus nooit te scheiden van die Vader. Hier blijkt de diepe eenheid tussen het Oude en Nieuwe verbond (Testament). De liefde van God de Vader zoals die straalt in de Tien geboden is dezelfde liefde zoals die straalt in de Zoon wanneer we ons aan Zijn geboden houden.
Het is waar, Jezus trekt de lijn van de Tien Geboden verder door. We zijn het dan ook eens met Prof. J. van Bruggen (Mattheüs – het evangelie voor Israël – pag. 135) die stelt dat “ In zoverre de lijn verder loopt, kan worden gesproken van een ‘nieuwe wet’. In zoverre de lijn dóórloopt kan worden gesproken van een ‘verdiepende wets-uitleg”. Op deze wijze blijft de eenheid en de continuïteit tussen de verbonden bewaard en wordt tegelijk recht gedaan aan het meerdere van het Nieuwe Verbond.  Antinomiaaanse christenen beweren dat de Tien Geboden zijn afgeschaft. Met die stelling drijven ze een wig tussen gelovigen in het Oude en het Nieuwe Testament. De Zoon die zich geopenbaard heeft in het Nieuwe Testament (Verbond) is Eén met de Vader die Zich geopenbaard heeft in het Oude Testament (Verbond). Door Christus kan ik nu de link leggen naar het liefdevolle Vaderhart waarvan de Wet en de Profeten zo vol zijn. En dan wordt mij de mond geopend om samen met al de heiligen uit het Oude Verbond uit dankbaarheid een jubeltoon aan te heffen over de Wet van God en te gaan meezingen en mee jubelen: “Welzalig wie ’s HEEREN wet zijn grote vreugde acht, haar dankbaar overdenkt bij dag en nacht”(Psalm 1). Het wordt voor antinomiaanse christenen lastig om zulke Psalmen als Psalm 1- en Psalm 119 ( Psalm 119, één grote lange lof Psalm over de Wet van God) vandaag mee te kunnen zingen. Het Psalmboek dreigt dan zomaar een vergeten boek te worden, een gedenkwaardig boek dat wél, maar geen boek om daar vandaag uit te leven en uit te zingen.
We zien in gedachte de geloofsgetuigen uit het Oude Verbond in Hebreeën 11 op de (hemelse) tribune zitten. De strijd ligt nu achter hen. Tijdens hun leven hebben ze er reikhalzend naar uit gekeken en toch gold voor hen: “Wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden, ze hebben slechts een glimp ervan begroet” (Hebr. 11:13). De gelovigen van het Nieuwe Verbond hebben het wél werkelijkheid zien worden. Christus en de Heilige Geest zijn gekomen. De volheid van de tijd is aangebroken. Zij mogen daarvan zingen zoals staat in Efeziërs 5:19: “zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer”. De Psalmen worden aangevuld met  nieuwe geestelijke (opwekkings) liederen en gezangen die de Geest ingeeft en die getuigen van Gods grote werken in Christus Jezus en die met verlangen uitzien naar de grote dag van de wederkomst. Zo gaan we uiteindelijk allemaal – de gelovigen uit het Oude Verbond samen met de gelovigen uit het Nieuwe Verbond  - dezelfde Psalmen, gezangen, geestelijke liederen,  en opwekkingsliederen zingen. De gelovigen van het Oude Testament zingen vanuit hun hemelse positie  (de kerk boven) alvast met ons mee. Straks zal het zijn het ene volk van God, Oud en Nieuw verenigd  zingen voor de troon van God. Dan zal Gods ideaal  ten volle werkelijkheid worden: “Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn” (Hebr. 8:10).
De Heidelbergse Catechismus plaatst de behandeling van de Tien Geboden onder het hoofdstuk van de dankbaarheid. Er zijn vandaag nogal wat christenen die moeite hebben met de ogenschijnlijk ijzeren sequentie van de trits: ellende, verlossing, dankbaarheid, die de Catechismus volgt. Maar wie begrepen heeft dat het óók in de Tien Geboden om niets anders gaat dan om liefde, liefde tot God en de naaste, en dan altijd vanuit de grondgedachte dat Hij ons eerst heeft lief gehad, (1 Joh. 4:10), die gaat overvloeien van dankbaarheid voor zoveel betoonde liefde. Christus is .a.h.w. het middelpunt en het draaipunt van de Wet. Eerst doet de Wet de zonde (ellende) kennen. Ook dat is liefde. Die functie van de wet blijft noodzakelijk tot aan de jongste dag. Vervolgens is daar de verlossing van de zonde (ellende) door Christus. Zijn pleitbezorging in het hemels heiligdom blijft ook doorgaan tot de jongste dag. Tenslotte is daar weer de Wet, maar nu niet als aanklager of als prestatie model maar als regel van dankbaarheid voor zoveel betoonde liefde. Zo begint en eindigt de Wet van God in liefde en gaat het Koninkrijk van God open.
De Tien Geboden zijn niet alleen regel van dankbaarheid maar ook richtsnoer voor ons dagelijks leven. In de diverse bedelingen is het gezaghebbend spreken en handelen van God voor ons normerend en richtinggevend. We hebben er oog voor dat het spreken van God in elke bedeling de specifieke, gedateerde kenmerken van die bedeling in zich draagt. Dus gedateerd, alleen als het gaat om de toelichting, toepassing, en motivatie van de geboden, de cultuur gerelateerde kenmerken, niet als het om de inhoud van de geboden zelf gaat. We zijn daarom ook niet tegen een nieuwtestamentische weergave van de Tien Geboden. Integendeel. Daar is nog veel meer over te zeggen, maar dit artikel is al veel te lang. We besluiten met een citaat van Prof. K. Schilder waarmee we nog een laatste keer ons punt willen maken: K. Schilder zegt in het eerste deel van zijn Catechismus verklaring op pagina 99: ‘En aangezien nu deze wereld slechts in het raam der wet kon leven en bewegen, daarom heeft God die wet geen ogenblik voor afschaffing in aanmerking laten komen. Wetsbedelingen kunnen komen en gaan (blz. 65v.) en verouderd verklaard worden. Maar de wet niet. Want zij is constitutie, grondwet”.   
Wilt U reageren? Klik onderstaand op ‘reacties’ en reageer!

      

 

 Terug
Geplaatst: 01-10-2014 16:26:08
Share on Google+

Reacties

Beste Kees,
Eerst een kleine aanvulling bij jouw tweede alinea.
Je zegt daar: “Het is opvallend dat de Tien geboden ook bij niet christenen op een hele hoop sympathie kunnen rekenen”. Dit is alleen zo doordat veel niet christenen slechts een paar geboden kennen! De meeste geboden gaan dwars tegen hen in – zeker het 1e gebod. Hierover zullen we het wel eens zijn, maar ik wil het toch graag even aanvullen.

Dan over het punt waar het je om gaat: zijn we nog onder de wet of niet?
Je verhaal is helder … en toch … niet bevredigend. Je bestrijdt een paar oppervlakkige argumenten van mensen die zich tegen de wet keren. En eerlijk is eerlijk: dat is niet zo moeilijk. Dan kun je zelf ook oppervlakkig blijven.
Dan kun je zelfs blijven in het stramien van ‘ellende – verlossing – dankbaarheid’. Dat is weliswaar reformatorisch, maar in de Bijbel is niet ‘onze dankbaarheid’ de drijfveer tot heilig leven maar ‘geloof’! Ook wordt de wet niet als ‘regel der dankbaarheid’ geleerd in het Nieuwe Testament. Ook niet in het Oude.

Waarom ervaar ik jouw uitgebreide artikel als wat oppervlakkig? Omdat er – naast de door jou terecht aangehaalde woorden – ook nog andere woorden in de Bijbel staan, die iets zeggen over ons en de wet en die bewust of onbewust in de discussie een grote rol spelen. Woorden die vaak te weinig aandacht krijgen, daardoor vaag blijven en door mensen mis(ge)bruikt kunnen worden.
Die teksten kwamen bij me boven - jouw stuk lezend en overwegend. En ik dacht: wat zou Kees daar nu van denken?

Ik ga die teksten hier niet bespreken maar ik noem er een paar (via NBV):
• We staan ‘niet onder de wet’ maar leven ‘onder de genade’ (Romeinen 6:14+15).
• We zijn ‘dood voor de wet’ (Romeinen 7:4); niet meer ‘aan de wet geketend’ (7:6)
• Paulus is ‘gestorven voor de wet’ en ‘leeft niet langer voor de wet’ (Galaten 3:19)
• Zegt Johannes 1:17 er misschien ook iets over?
• Paulus persoonlijk ‘niet onder de wet’ (1 Korinthiërs 9:20), maar toch wel met de wet van God, onderworpen aan de wet van Christus (9:21).

Zelf heb ik de indruk dat het geheim zit in het ‘gestorven / dood zijn voor de wet’. Doordat ik de gezindheid van Jezus in me heb (een ben met Hem – door zijn Geest in me), heeft de wet niets te gebieden of te eisen, want wat de wet wil dat wil ik ook (de wil van Jezus is mijn wil). Dat is gevolg van wedergeboorte. Daardoor zijn Gods geboden niet zwaar maar m’n lust/leven (1 Johannes 3:6-10 en 5:1-5).
‘Dood voor de wet’ is net zoiets als ‘dood voor de zonde’. Zowel de wet als de zonde hebben me niets te gebieden want ik ben hun slaaf niet. Ik dien de Heer. Door een veranderd innerlijk sta ik niet meer 'onder de wet' (Galaten 5:18) – de wet is immers in m’n hart geschreven. Dat komt door wat staat in Galaten 5:24. We hebben ons oude ik aan het kruis geslagen en doen dat dagelijks als dat weer nodig is. Dat kan door ‘Jezus in ons’ – Gal 2:20.

Kortom – ik geloof wel dat je gelijk hebt en dat we de wet niet als terzijde geschoven moeten zien, maar de confrontatie met antinomianen (ook van vandaag) vraagt om helderheid over meer Bijbelteksten. Dan help je verder.

Hartelijke groet,
Ton de Ruiter.

Ton de Ruiter12-11-2014 23:24

Beste Kees,

We hebben het vaker over deze materie gehad en in de grondslag zijn we het eens. Toch wil ik een paar opmerkingen maken. Ik probeer dat kort te doen.
Veel van wat je noemt onder de functie van de wet in het nieuwe verbond gold ook al in het oude. In Deut. wordt liefde naar God en de naaste al als inhoud van de wet gegeven. Psalm 119 laat al zien dat de wet in je hart geschreven mag zijn. Zelfs de verdieping die je Jezus laat geven lijkt mij niet echt nieuw, lees de uitwerkingen van de wet in Leveticus en Numeri. Ook de Israelieten worden er herhaaldelijk op gewezen zich niet te blind te staren op de schaduwachtige voorschriften (Ps. 50; Jes. 1: 10-17; Micha 6:8).
Volgens Gal. 3 zit het grote verschil in de functie van de wet. De wet in de zin van toezichthouder is afgeschaft, het 'doet dit en gij zult leven' zijn we voorbij. Die functie was duidelijk gekoppeld aan het Sinaï-verbond, voor Abraham gold dat hij door geloof gerechtvaardigd werd, we lezen niet van een wet (sabbatsrust). Vanaf het begin (na de zondeval) worden de gelovigen in Christus gerechtvaardigd, er is geen andere weg tot behoud.
De wet doet zonde kennen en is voor ons een regel van dankbaarheid, maar tegelijk zit er duidelijk een OT kleur aan neem maar het 4e gebod. Juist in de 1e tafel van de wet is er een andere NT invulling die de Geest ons in het hart geeft. Neem bijvoorbeeld de vormgeving van de erediensten, in het OT strikt voorgeschreven, inclusief de 3 grote feesten, sabbats- en jubeljaren.
Dat neemt niet weg dat ik van harte de belijdenis onderschrijf en ook de wet een plaats in de eredienst wil geven, maar tegelijk moet duidelijk zijn dat een station verder zijn. Ik vind het daarom lastig naar een 'vertaling' van de wet te luisteren, waarin meestal de 1e tafel tekort gedaan wordt of teveel wordt ingevuld.

Jaap Zwarts15-10-2014 14:57

Beste lezers.

Een mooi geschreven stuk die duidelijk maakt dat ook in het Nieuwe Testament de Tien Geboden nog steeds gelden. De oude wet “de Tien Geboden” worden niet vervangen door de nieuwe wet maar worden verder uitgediept en verklaard in het nieuwe testament.

Matteüs 22, 37-40.
Hij Antwoorde. ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

Deze wet is dus de grondslag, ook van de Tien geboden.

Wie zijn naaste lief heeft als zichzelf.
Die pleegt geen moord, Die pleegt geen echtbreuk, Die steelt niet, Die liegt niet, en die is ook niet jaloers op wat een ander heeft.

Lucas 6, 31: En gelijk gij wilt dat u de menschen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks

Denk maar aan de gezegde: Wat gij niet wilt wat u geschiedt doe dat ook een ander niet.
Ik kan het daarom ook alleen maar eens zijn met Kees.

Tonny Salomons02-10-2014 15:30

Reactieformulier