Bob Dylan: "I practice a faith that's long been abandoned, ain't no altars on this long and lonesome road"

Bezoekers vandaag: 156Bezoekers totaal: 475258
Welcome to the website of Kees de Graaf
Kees de Graaf keesdegraaf.com
 

God is Liefde (4)

God is Liefde (4).
In “God is Liefde (3)”heb ik gezegd dat mijn buurman nog meer pijlen op zijn boog heeft. Ik citeer wat hij nog meer te zeggen heeft:
Verder heb ik gezegd dat het mij zou tegenvallen als de God die jij beschrijft bestaat o.a. omdat het leven dan zinloos is en op zijn hoogst leidt tot een bestaan in dienst van een despoot die alleen mensen onder zich duldt en niet naast hem. "Ik deel alles met je maar het is en blijft van mij" is niet wat ik onder delen versta en voor mij zeker geen liefde. "Je mag gratis in mijn huis wonen en alles in dit huis vrij gebruiken als je maar, uit vrije wil, doet wat ik zeg en mij als absolute macht boven je duldt", neigt voor mij eerder naar slavernij dan naar liefde”.
De buurman heeft vet gedrukt “die jij beschrijft”. Als ik inderdaad een eigen beschrijving van God heb gegeven dan heeft mijn buurman gelijk. Dan zou ik een beeld van God neerzetten wat niet in overeenstemming is met wat God over Zichzelf zegt in de Bijbel. Maar klopt dit wel?
Ik heb juist willen benadrukken dat God de mens onvoorwaardelijk lief heeft. God is liefde en daarom doet Hij alles uit liefde en kan en wil Hij niets anders dan lief hebben. God heeft die mens aan het begin – in de Hof van Eden – alles gegeven wat hij nodig had om heel de schepping te ontplooien en tot bloei te brengen. Om langs een evolutionaire weg alles te ontdekken wat er te ontdekken valt. De mens kreeg daarin de vrije hand. Maar het geheel krijgt alleen gestalte in een band van liefde en trouw aan zijn Schepper, kortom in een liefdesrelatie met zijn Schepper. En binnen die wederzijdse liefdes relatie past het de mens God te eren als zijn Schepper. Schepper en schepsel vloeien namelijk nooit in elkaar over. En zolang de mens God bleef lief hebben was de verhouding tussen Schepper en schepsel ook geen enkel probleem. integendeel, het deed de mens juist goed om God te eren, te danken en te prijzen voor zoveel liefde.
Als ik naar het bovenstaande citaat van mijn buurman bekijk, dan zie ik dat mijn buurman een gezagsprobleem ziet tussen God en mens; een probleem dat in het begin- toen de mens nog niet in zonde was gevallen - helemaal niet bestond.
Maar de mens viel in zonde en met hem zijn nl. allemaal gevallen mensen en dat geldt zowel voor mijzelf als mijn buurman. Het gevolg hiervan is dat als iemand anders gezag over ons uitoefent, wij de neiging hebben om vanuit onszelf dit ‘gezag’ als iets negatiefs zijn te zien, iemand speelt de baas over jou, jij moet er onderdoor en die ander gehoorzamen. Jij, vanuit jouw kant, probeert zoveel mogelijk onder dat gezag uit te komen.
Toch is dat niet het wezenlijke van het begrip ‘gezag’ zoals God dat bedoeld heeft. ‘Gezag’ is door onze val in zonden maar al te vaak verworden tot het terroriseren van de ander. Gezag zoals God dat oorspronkelijk bedoeld heeft is van een geheel andere aard. Het wezenlijke van ‘gezag’ zoals de Bijbel dat ziet, bestaat in de eerste plaats nl. uit ‘dienen’. ’Dienen’ betekent: Je stelt uit liefde alles wat je hebt ter beschikking van die ander. Om die ander te redden, te helpen en bij te staan. Jezus is daar het beste voorbeeld van. Omdat Jezus vrijwillig een slavendienst op zich genomen heeft om ons te kunnen redden, heeft God hem de allerhoogste plaats in de kosmos gegeven (Fil.2:8,9). Zijn gezag ontleent Hij aan Zijn ‘dienen’ voor ons.
Ook in het gewone leven hebben mensen ontzag voor een leider die zichzelf heeft opgeofferd voor het welzijn van het volk. En dergelijke leider heeft a.h.w. een natuurlijk gezag, juist omdat hij door alle pijn is heen gegaan die jij nu mee kan maken. Dat zijn de echte leiders. Maar een despoot of dictator die door geweld aan de macht is gekomen en alleen maar gericht is op eigen gewin, roem en glorie, interesseert het welzijn van zijn onderdanen geen snars. Zulk soort despoten en dictators zijn er hier op aarde maar al te veel.
Nu even terug naar bovenstaand citaat van mijn buurman. Mijn buurman zegt met zoveel woorden dat het leven geen zin heeft zolang hij op zijn minst niet gelijkwaardig is aan God, hij wil op gelijke voet met God staan. Wil hij niet zelf als God zijn?. Maar – even aangenomen dat dit mogelijk zou zijn – zou mijn buurman genoegen nemen met een positie naast God? Maar wat is zo’n positie waard als uiteindelijk God beslist?. Moet bij zo’n positie niet de bevoegdheid horen om God te kunnen kritiseren en eventueel de laan uit te sturen?. Heeft het leven dan pas zin? Is dat liefde?
Wat mijn buurman hier beschrijft is precies wat die eerste mens gedaan heeft: de oerzonde om als God te willen zijn. Dat verlangen ligt sindsdien op de bodem van ons aller hart, met alle desastreuze gevolgen van dien. Dat verlangen heeft echter niets met liefde te maken, dat verlangen om als God te zijn heeft juist de ultieme slavernij gebracht.
Ach ,wat verlang ik ernaar om onder de stralen van Zijn glans en luister te blijven, want daar is het veilig en warm. Pas daar is de echte vrijheid. Daarom wil ik niets liever Heer, dan U gehoorzamen.

 Terug
Geplaatst: 30-09-2019 13:34:21

Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst

Reactieformulier