Is Willem de Vink een betrouwbare wegwijzer?
In het Bijbels dagboek van Willem de Vink “Genade op Genade” (2009) lees ik onder het dag gedeelte “Je bent anders, je bent nieuw” het volgende:
“Door het ontbreken van angst onderscheidt het bewustzijn van volgelingen van Jezus zich van dat van mensen die leven zonder genade”.
De Vink verwijst dan naar Hebreeën 2:14-15: “De Zoon is een mens geworden zoals zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood”.
Deze tekst lijkt deze opmerking van De Vink te ondersteunen. Maar is dat ook zo? Ik ben van mening van niet. In gesprekken met mijn goede vriend en buurman Guus van Tweel heb ik er al bij andere gelegenheden op gewezen dat de Vink m.i. een fundamentele fout maakt die telkens terug komt.
Deze fout bestaat m.i. hieruit: Alles wat in Jezus werkelijkheid is geworden past de Vink rechtstreeks toe op de volgelingen van Jezus alsof dit alles ook in hen reeds werkelijkheid is geworden. En dat klopt niet. Althans, nog niet. En dat maakt een groot verschil.
“Hoezo niet” zult u misschien zeggen? Het staat toch duidelijk in de tekst uit Hebreeën 2 die we hierboven citeerden: we zijn door Zijn dood toch bevrijd van onze levenslange angst voor de dood? Dat klopt ook wel maar we moeten daarbij niet vergeten dat dit voor ons vooralsnog een belofte is. Dat vergt nadere uitleg en ik kom hierop verderop terug.
Eerst dit. Jezus is als mens aan ons in alles gelijk geworden (behalve de zonde, Hebreeën 4:15). Vóór Zijn sterven -op de Olijfberg-werd Jezus overvallen door doodsangst, door zodanige angst voor de dood dat Hij bloed zweette (Luc. 22:44).
Angst, en zeker angst voor de dood, is als zodanig niet verkeerd – integendeel- het hoort volop bij ons menszijn. Dat gold ook voor Jezus en het geldt nog steeds voor alle mensen, of je nu christen bent of niet.
Trouwens, hoe zouden we ooit -als verdwaalde en van Hem vervreemde mensen- terug keren naar God als we vrij van angst voor de dood zouden zijn, voor zowel de lichamelijke als de geestelijke dood?
De Vink slaat de plank dan ook geheel mis wanneer hij schrijft: “Door het ontbreken van angst onderscheidt het bewustzijn van volgelingen van Jezus zich van dat van mensen zonder genade”.
De brieven van Petrus en ook de Hebreeën brief staan vol met waarschuwingen om alert te blijven. En om alert te blijven heb je angst nodig. Vandaar dat Petrus zegt: “Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand de duivel zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi” (1 Pet. 5:8,9).
De hele Hebreeën brief is één grote waarschuwing om de genade niet kwijt te raken. Dat vraagt om voortdurende inspanning. (Heb. 2:1-3; 3:12-18; 4:1;6:4-8;10:23-39;12:1;13:9). Van dat relaxte leventje, die heldhaftigheid waar de Vink over spreekt lezen we in de Bijbel niets. We worden als kinderen van God voortdurend geoefend en op de proef gesteld (Hebr. 12:3-12). “Want wie Hij lief heeft, tuchtigt de Here, en Hij kastijdt ieder zoon die Hij aanneemt“. (Hebr. 12:6 NBG 51)
Die “tuchtiging” kan een leven inhouden van voortdurend lijden, moeite angst en verdriet.
Nu is het aan de andere kant wel zo, dat we dankzij Christus van een bepaalde manier van angstig zijn worden bevrijd. Daar wijst de Vink ook op als hij Rom. 8:15 citeert:
“U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn”.
Deze tekst leert ons dat de Geest ons godsbeeld verandert. God is geen slavendrijver die je onder de duim wil houden en je afrekent op je zonden. Het vervolg van die tekst leert ons dat we in een Vader-kind verhouding met Hem staan. Maar ook hier is dat niet bedoeld om ons nu al van alle angst te vrijwaren. Vandaar dat die perikoop ook afsluit met te zeggen: “wij moeten delen in zijn lijden, om met Hem te kunnen delen in Gods luister” (Rom. 8:17).
Van de verhoogde Kurios – die nu aan Gods rechterhand zit- kunnen we wel zeggen dat Hij bevrijd is van alle angst, maar wij zijn zover nog niet. Voor ons is dit veelal een belofte die pas ten volle is gerealiseerd als we de ogen definitief sluiten en we naar Hem toegaan.
Tot die tijd toe blijft het afzien, ook al zijn er momenten van troost te midden van de strijd. 1 Kor. 15:26 noemt niet voor niets de dood “de laatste vijand die vernietigd wordt”. Deze vijand is er nog steeds.
Het is alsof de Vink wil zeggen: “relax and be happy”. We krijgen van de Vink een fauteuil aangereikt waarin we rustig achterover kunnen leunen. De Vink wil ons vooral een goed gevoel geven.
Dat de Vink dat wil, blijkt uit zo’n zinnetje als: “De zekerheid van het geloof maakt hen standvastig en veerkrachtig, ook als ze wel eens falen”.
De kneep zit ‘m in dat subtiele zinnetje: “ook als ze wel eens falen”. Daarmee lijkt het alsof gezegd wordt: “in de regel falen ze niet, maar het kan wel eens keertje gebeuren dat ze falen maar ach, waarom zou je jezelf daarom druk maken?”.
Dan is onze vraag: waar lezen we dit in de Bijbel? Nou, nergens! Integendeel zelfs. Als Paulus in Romeinen 7 keihard oploopt tegen de zonde die nog altijd in hem woont (Rom. 7:13-23) dan zegt hij niet: “Ik faal wel eens” maar “Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods” ( Rom 7:26 NGB 51). Dat is heel andere taal.
Wat dit betreft lijkt de Vink precies op Eckart Tolle. Zijn boek “Een Nieuwe Aarde” hebben we elders op deze website uitgebreid gerecenseerd. In Hoofdstuk 2 zegt Tolle:
“Neem het ego niet te serieus. Als je egoïstisch gedrag bij jezelf bespeurt, lach er dan een beetje om. Soms kun je er zelfs hard om lachen”.
Tolle wil je een goed gevoel geven. Zijn adagium lijkt daarbij te zijn: lach om het kwade, neem geen verantwoordelijkheid voor je kwade daden in het verleden en in het heden, maar ban alles uit wat je in het heden belemmert om nu gelukkig in jezelf en met jezelf te zijn.
Tenslotte, zegt de Vink dat we de goede toekomst “nu al binnentrekken”. Ook dat is slechts gedeeltelijk waar. We zijn n.l. nog steeds onderweg. We lopen nog steeds in de renbaan. Hij, onze Here Jezus Christus, Hij is als eersteling de finish reeds gepasseerd. Wij nog niet. Wij leven uit de belofte en van ons wordt gevraagd om “de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt” (Hebr. 12:1). Dat kost ons angst moeite en pijn. Dat moeten we niet weg masseren. De Vink vind ik daarbij geen goede richtingwijzer.
